Caroline Rondelle, Maison de l’Urbanité
We spreken met Annabelle Hoffait, architecte en projectmanager bij de vzw L’Architecture qui dégenre. In dit artikel vertelt ze over haar werk en over hoe we onze openbare ruimten inclusief kunnen maken. Omdat inclusiviteit niet alleen een kwestie van gender is, ontdekken we ook het concept van intersectionaliteit en het curb cut-effect.
In 2017 richtte Apolline Vranken – toen pas afgestudeerd – de vzw L’ Architecture qui dégenre op. Het initiatief kwam voort uit haar eindproefschrift Des béguinages à l’architecture féministe (Van begijnhoven tot feministische architectuur). Het proefschrift neemt de begijnhoven als uitgangspunt om de feministische architectuur vanuit een historisch perspectief te verkennen. In haar werk analyseert de auteur de fundamenten en discussiepunten van deze architecturale benadering.
Apolline ontwierp – geïnspireerd door haar academisch onderzoek – een rondleiding langs de overblijfselen van een oud begijnhof in het centrum van Brussel, die dateren van de 14de tot de 18de eeuw. Sommige sporen van dit verleden zijn nog bewaard gebleven, zoals de straatnamen en de kerk. Aanvankelijk bood de vzw slechts een paar rondleidingen aan, maar dat aanbod is geleidelijk aan uitgebreid. De vereniging groeide en nieuwe mensen vervoegden de ploeg, waardoor de activiteiten talrijker en diverser werden.
De Dagen en het Seizoen van het Matrimonium
De Dagen en het Seizoen van het Matrimonium zijn geboren uit de vaststelling dat de Open Monumentendagen vooral de artistieke en architecturale projecten van mannen centraal zetten. Het werk van vrouwen blijft vaak buiten beeld. Deze onzichtbaarheid valt des te meer op als je de archieven onderzoekt. Een bekend voorbeeld is Rosa Bonheur, een schilderes die beroemd werd om haar werk De paardenmarkt (1852). Haar bekendheid taande in de 20ste eeuw, tot feministen haar rehabiliteerden. De Dagen zetten vergeten ontwerpsters in de schijnwerpers via opzoekwerk in archieven. Daarnaast worden er hedendaagse projecten gepresenteerd, die door vrouwen worden geleid. Tijdens weekends biedt de vzw bijna 40 activiteiten aan en tot de lente zullen er nog verschillende thema-activiteiten volgen. Op deze manier biedt de organisatie een publiek platform voor ontwerpsters en draagt ze bij tot het herstel van een zekere gendergelijkheid in de erkenning van architecturaal en artistiek talent.
Feminisme in de architectuur, wat wil dat zeggen?
Feminisme is een brede term waarmee men zich niet altijd gemakkelijk identificeert, dat vertelt Annabelle ons. Historisch gezien is het feminisme ook niet altijd erg inclusief geweest: aanvankelijk was de beweging vooral gericht op blanke vrouwen uit de middenklasse. Ook bij de vzw bestaat het team zelf uit eerder bevoorrechte profielen: jonge vrouwen, valide en blanke personen. Het team is er zich van bewust, daarom willen ze de notie van intersectionaliteit in hun werk integreren. Rekening houden met alle aspecten van de identiteit van mensen (onder andere gender, afkomst en seksuele geaardheid) staat daarin centraal. Een begeleidingscommissie – die bestaat uit onderzoekers, experts en collega’s uit het middenveld – zet mee de verschillende projecten op. Deze waaier aan profielen betekent dat andere minderheden – zoals mensen met diverse raciale achtergronden, corpulente mensen of transgenders – bij het onderzoek betrokken worden.

De ideale publieke ruimte
Praten over feminisme in de architectuur of in de publieke ruimte kan op verschillende manieren. Het doel van L’architecture qui dégenre is om een kritische blik te werpen op onze omgeving en om nuances aan te brengen in het collectieve geheugen. We geven twee voorbeelden.
Het eerste is het Moricharplein in Sint-Gillis, in 2011 gerenoveerd door de architecten Martin Outers, Georges Pirson en Renaud Pleitinx. Het is een stadspark, waarin de natuurlijke topografie van het terrein is geïntegreerd in drie grote terrassen. Een terras is gewijd aan sporten, zoals basketbal en petanque. Een ander terras is dan weer een solariumachtig grasveld met verschillende zitjes. Het derde is een open gebied dat vaak wordt gebruikt voor rollersporten, zoals skateboarden en skaten. Het ontwerp van het terrein, geïnspireerd op de indeling uit de jaren 1950, voorziet multifunctionele ruimten die zowel geschikt zijn voor grootschalige evenementen als voor dagelijks gebruik. Het terrein, dat ver van de straat ligt, is zo een centrum voor verschillende activiteiten die uiteenlopende mensen samenbrengen in het hart van Brussel.
Het tweede voorbeeld is de Brusselse Nieuwe Graanmarkt, waar er een basketbalveld in het midden van de ruimte ligt. Hoewel dit veld qua oppervlakte niet het dominante element van het plein is, is het toch alomtegenwoordig door zijn centrale ligging. Je kan onmogelijk om dit sportterrein heen. Dit zorgt voor samenlevingsconflicten en maakt het plein ongastvrij, vooral voor vrouwen als het donker is.
Door observatie en vergelijking kwam het team van L’ Architecture qui dégenre tot de conclusie dat de ideale publieke ruimte een ruimte is waar iedereen vrij gebruik van kan maken. Het is niet de bedoeling om sportfaciliteiten af te schaffen, want die zijn immers belangrijk voor een deel van de bevolking – vooral voor jonge mannen.
De dominante aanwezigheid van deze infrastructuren en de ruimtelijke hiërarchie van functies kunnen echter de toe-eigening van een publieke ruimte beïnvloeden. Ruimten volledig open laten is evenmin een optie. Een ongepland grasveld kan al snel een voetbalveld worden, waardoor het gebruik voor andere activiteiten ingeperkt wordt. Daarom is het cruciaal om evenwicht en complementariteit te vinden tussen de verschillende infrastructuren.
Het curb cut-effect
De Engelse term curb cut verwijst naar een oprit die in het trottoir is ingebouwd om de overgang tussen rijbaan en trottoir te vergemakkelijken. Hoewel deze inrichting vandaag de dag vanzelfsprekend lijkt, was ze dat vóór de jaren 1970 helemaal niet. In 1972 zorgden studentenprotesten voor de rechten van personen met een beperking ervoor dat in Berkeley (Californië) de eerste curb cut werd aangelegd. Deze gebeurtenis veranderde de kijk op mobiliteit in de Verenigde Staten en het aantal opritten vermenigvuldigde zich. Het duurde niet lang voor men zich realiseerde dat deze verandering ook het leven van vele andere gebruikers vereenvoudigde, waaronder ouders met kinderwagens, fietsers, ouderen of mensen die slecht te been zijn. Het curb cut-effect verwijst naar alle wetten of maatregelen die in het leven zijn geroepen om minderheden in moeilijkheden te helpen, maar die naderhand ook nuttig blijken voor de meerderheid van gebruikers.
Zelfs vandaag is het voor ontwerpers van openbare ruimten niet eenvoudig om in hun projecten voorzieningen voor basisbehoeften – zoals toiletten – te integreren. Dat beperkt de toegang tot publieke ruimten voor een groot deel van de bevolking, waaronder vrouwen, kinderen en ouderen.
Ook zitplaatsen zijn essentieel voor de toegankelijkheid van publieke ruimten. Zoals de Fat Friendly Association aangeeft, zijn zitjes vooral belangrijk in hellende straten. Daar kunnen mensen met overgewicht, ouderen en mensen met een beperkte mobiliteit op adem komen. De aanwezigheid van zitmeubilair moet worden gediversifieerd en vermenigvuldigd: met of zonder armleuningen, gegroepeerd of individueel of in verschillende materialen. Voor ontwerpers is het van cruciaal belang om een compromis te vinden tussen comfort voor iedereen, esthetiek en visuele identiteit.
De ideale stad is dus een stad die het best beantwoordt aan de behoeften van minderheden. Laat ons niet klakkeloos de sociale normen overnemen van een verleden dat we achter ons willen laten. Laten we in plaats daarvan een inclusieve en faire stad creëren – waar iedereen het recht heeft om zich de stedelijke ruimte eigen te maken – en plekken bouwen waar iedereen, ongeacht zijn of haar status, zich welkom en gewaardeerd voelt.
Meer inlichtingen :
- Tools voor een inclusieve publieke ruimte: Draaiboek publieke ruimten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
- Alle activiteiten van de vzw: http://architecturequidegenre.be/










Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.