EN PLEIN PUBLIC

EN PLEIN PUBLIC

ERIK WIEËRS

Samen met zijn team ondersteunt en begeleid Vlaams bouwmeester Erik Wieërs tot 2025 publieke opdrachtgevers bij de bouw van concrete projecten.

Op welke manier komt u in uw dagelijkse beroepsactiviteiten in aanraking met publieke ruimte?
Bij de bouw van publieke gebouwen en aanleg van de openbare ruimte komt heel wat kijken. Het Team Vlaams Bouwmeester begeleidt ondersteunt de opdrachtgevers daarvan en andere betrokkenen. Trouwens: het gaat niet alleen over gebouwen, maar even goed ook over de aanleg van parken en pleinen of andere publieke ruimte. Daarnaast ondersteunen wij in het traject Leefbuurten gemeentebesturen voor de (her)aanleg van openbaar domein in woonbuurten, wat voor mij een concrete aanleiding was om me over het thema te buigen.

Water is erg belangrijk in een stad, voor verkoeling en ontmoeting

Aan welke publieke ruimten uit uw kindertijd heeft u de mooiste herinneringen overgehouden? Speelde u als kind op straat?
De publieke ruimte die mij als kind het beste is bijgebleven, is inderdaad de straat. Wij speelden bij goed weer de hele dag op straat. Eén van mijn favoriete spelletjes was ‘rolschaatshockey’ met zelfgemaakte sticks en een tennisbal. Omdat er in onze verkavelingsstraat maar om het half uur een auto passeerde, kon dat makkelijk. We speelden ook in andere straten en het gemeentepark, inclusief de slotgracht. Soms waren we een hele zaterdag van huis, aten ’s middags een boterham bij de buren en kwamen pas ’s avonds thuis.

Welke plaats heeft u ooit ontroerd of verrast?
Tijdens een zomerse wandeling door Lyon belandde ik ooit op een plek met een grote stadsfontein. Het was erg warm en de hele buurt – met vooral sociale woningen – had zich verzameld in en rond de fontein: een kleurrijk schouwspel van moeders en vaders die verkoeling kwamen zoeken voor hun voeten en hun kroost. Water is erg belangrijk in een stad, voor verkoeling en ontmoeting.

Welke openbare ruimte in België moeten onze lezers zeker bezoeken?
Als je nog nooit op het Theaterplein in Antwerpen bent geweest, moet je er zeker heen. Het plein voor het stadstheater werd overdekt ergens in 2009, naar een ontwerp van het Italiaanse bureau Studio Associato Bernardo Secchi Paola Viganò, dat werd aangesteld via een Open Oproep (de procedure van de Vlaamse Bouwmeester, red.). Ik vind een overdekte publieke ruimte altijd een meerwaarde, zeker met de weersomstandigheden in onze contreien. Op zaterdag en zondag wordt onder de luifel een markt gehouden en in de zomer doet het plein dienst als buitenfoyer van het theater. Verder is het een ideale hangplek voor skaters en andere jongeren. Zo moet een publieke ruimte zijn: een plek die verschillende maatschappelijke groepen kunnen gebruiken.

Vlaanderen telt vandaag veel sterke besturen die inzetten op kwalitatieve openbare ruimte

Welke buitenlandse stad vindt u absoluut een bezoek waard?
Heel veel steden zijn de moeite waard, maar dé openruimtestad bij uitstek is natuurlijk Venetië. Je leest de leegte er echt als een aaneengesloten ruimte. Ook Valencia heeft mij aangenaam verrast. Het oude stadscentrum is niet autovrij en je mag er overal rijden, maar je kan er nergens parkeren. Het is ongelooflijk wat dat doet met het beeld van de stad: nergens gekleurd blik dat de eenheid en materialiteit van straten, voetpaden en historische panden verstoort.

Wie verdient volgens u een onderscheiding voor zijn of haar inzet voor kwaliteitsvolle publieke ruimten?
Vlaanderen telt vandaag veel sterke besturen die inzetten op kwalitatieve openbare ruimte. Men heeft er een tijdje over gedaan om in te zien dat de aanleg van het openbaar domein ook een ontwerpopgave is, maar sinds een twintigtal jaar is dat bewustzijn doorgedrongen. Hoe dan ook verdienen al die ontwerpers een onderscheiding. Meer en meer ontwerpbureaus specialiseren zich in landschapsontwerp en openbare ruimte en vandaag kunnen wij in Vlaanderen en Brussel bogen op een aanbod van zeer kwalitatieve ontwerpers. 

Welke ontwikkeling of tendens op gebied van publieke ruimte krijgt de komende jaren uw bijzondere aandacht?
Ongetwijfeld kunnen we niet anders dan bij de (her)aanleg van de openbare ruimte inzetten op water en groen. In de toekomst zal elk openbaar domein een stuk natuur moeten worden. En nog belangrijker: we zullen moeten trachten die stukken met elkaar te verbinden tot een ecosysteem dat in stedelijke omgevingen een antwoord biedt op de klimaatuitdagingen. Daarenboven moet die (groene) publieke ruimte een uitloper worden van ons woonmilieu en sociale ontmoetingsruimte bieden voor alle stadsbewoners, niet enkel ruimte voor toeristen en shoppers.