Lorianne Lange, Maison de l’Urbanité
Uittreksel uit het artikel van Bertrand Verfaillie
Dit artikel is gedeeltelijk gebaseerd op de eenmalige publicatie van La Revue: Urbanisme, Territoires Phoenix.
We stellen in dit artikel het Parksnoer voor, de groene archipel die aan het begin van vorig decennium door Michel Desvigne werd voorgesteld en die in 2018 zijn huidige naam kreeg.
Na de aanleg, het operationeel maken van het netwerk en de toe-eigening van de ruimten, volgt nu het relaas van het beheer ervan.
Iedereen had wel ergens een park liggen… . De burgemeesters van het mijnbekken van Pas-de-Calais wisten natuurlijk wel dat een deel van hun grondgebied bestond uit groenzones, maar niemand had er echt wakker van gelegen.
Tot landschapsarchitect Michel Desvigne hen in het begin van de jaren 2010 de groene archipel voorstelde. De presentatie van Desvigne kaderde in de selectieprocedure van een open oproep voor de opmaak van het Masterplan van Euralens Centralité en van de publieke ruimte rond het Louvre-Lens. Desvigne stelde voor de toekomstige transformaties van Lens en Liévin te structureren rond een groene boog, die het station van Lens, de grootschalige voorzieningen en beide stadscentra met elkaar zou verbinden. Dit initiële concept van een groene archipel werd later omgezet in een parksnoer en uitgebreid tot de hele regio van Euralens.
De gerenommeerde landschapsontwerper en winnaar van de Grand Prix de l’urbanisme 2011 was hiermee uiteraard niet aan zijn proefstuk toe. Hij had sinds het begin van zijn loopbaan een indrukwekkend portfolio opgebouwd, met een hele rist van opmerkelijke landschapsprojecten in Frankrijk en het buitenland. Maar in het mijnbekken van Pas-de-Calais werd hij specifiek geraakt door de aanwezigheid van gigantische oppervlaktes (met eigendommen tot 300 ha) en gebieden die al een eigen identiteit bezaten een karaktertrek die hij nu verder tracht te versterken.
“Waar andere gebieden vanaf nul moeten beginnen of hun ambities moeten bijstellen omwille van de kost van dergelijke grootschalige realisaties, vind je hier een patrimonium dat geleidelijk aan tot stand kwam — of werd hersteld — na de sluiting van de mijnen. Hier moeten geen parken aangelegd worden, hier moeten bestaande parken geherstructureerd, verbonden en geordend worden”, stelt Desvigne.

Groene koorts
Deze observatie wordt herbevestigd in de eerste studieopdracht die Euralens in 2013 aan Michel Desvigne geeft. De studie bouwt verder op het concept van het groenblauwe netwerk dat in de strategische visie van het mijnbekken naar voren werd geschoven. In deze visie wordt 2.200 ha natuurgebied aangeduid, die gestructureerd en gehergroepeerd moeten worden in zeven deelgebieden. Desvignes plan, dat in 2014 wordt goedgekeurd, wil deze slecht zichtbare en verwaarloosde plekken opwaarderen. Hun ecologische waarde wordt benadrukt, ze krijgen nieuwe functies toebedeeld (sport, recreatie, toerisme) en worden met elkaar verbonden. De gemeentebesturen van Noyelles-sous-Lens, Harnes, Loison-sous-Lens en Courrières onthalen enthousiast het plan. De vier burgemeesters willen hun gebieden langs het kanaal van de Souchez maximaal inzetten met een terril, watertuinen, een waterpartij, een pretpark en een kinderboerderij. Het Parksnoer concretiseert hun ambitie om gemeenteoverschrijdend te werk te gaan. Dankzij het bundelen van opdrachten – waarbij de twee betrokken agglomeraties samenwerken – slagen de gemeenten erin meer dan vijf miljoen euro aan regionale en Europese (EFRO) steun binnen te halen voor hun project van het ‘Souchez-oeverpark’. Met een set landschappelijke richtlijnen van het atelier Nervures als vademecum, worden er loopbruggen over de rivier gebouwd, pontons aangelegd, wegen vernieuwd en parkings ingericht. “Het gebruik van de kanaaloevers door de bewoners van onze gemeenten is ontploft”, volgens Christophe Pilch, burgemeester (PS) van Courrières, voorzitter van de agglomeratieraad van Hénin-Carvin en trekker van het Parksnoer-dossier op het niveau van de Pôle métropolitain van het land van Artois. In 2018 schrijven Euralens en de Pôle – die de trekkers geworden zijn van de werken voor het landschappelijk raamwerk – een aanbesteding uit om het plan te updaten en voor een opvolging te zorgen. “Het snoer bestond slechts voor wie het herkende”, getuigt Gilles Huchette, directeur van Euralens. “Het project moest een niveau hoger getild worden en we moesten nadenken over een programma en de governance.” Opnieuw komt Michel Desvigne als winnaar uit de bus, deze keer in samenwerking met Ville Ouverte, Algoé en Biotope. De bouwheren gaan opnieuw met Devisgne in zee, omdat dat samenwerking met hem van in het begin juist zat. Diens concept heeft in ieder geval continu volgers bijgekregen.
De mogelijkheid om hier subsidies voor los te weken, is natuurlijk een aantrekkelijke factor. De Région des Hauts-de-France beschouwt het Parksnoer alvast als een prioiritair gebiedsontwikkelingsproject en maakt er dan ook de nodige middelen voor vrij. Besturen zoals de stad Liévin of de agglomeratie Béthune-Bruay – die zich over het hoofd gezien voelden bij de opmaak van het eerste plan – willen mee aan boord. Het moet wel gezegd dat we hier met een relatief gemakkelijk onderwerp te maken hebben: door zich te engageren op het vlak van milieu en recreatie, hoeven gemeentebesturen geen weerstand te vrezen.
De dynamiek is ook het Louvre-Lens niet ontgaan. Zij denken na over middelen om hun park – een concept van Catherine Mosbach – een grotere bekendheid te geven en om bezoekers aan te trekken, via een jongerenprogrammatie en culturele evenementen. Het Louvre-Lens is niet alleen een museum, het is een museumpark. De ontwerpen van het bureau SANAA en van de landschapsarchitecte gaan effectief met elkaar in dialoog. Naast de functie van toegangspoort tot het museum vervult het park ook de rol van groene long voor de bezoekers van Lens. De directie van het Louvre wil een museum-park creëren dat zich naar de stad toe uitstrekt, haar de hand reikt en de aanpalende wijken met elkaar verbindt.
‘Deze keer wordt de fiets echt centraal geplaatst.’
Naar een stedelijke omkadering
Er is nu een nieuw ontwikkelingsplan goedgekeurd, dat het hele territorium bestrijkt en de ambities van het Parksnoer consolideert. De betrokken groenzones gaan van 2.200 naar 4.200 hectare, onder andere door de vergroting van de agglomeratiegemeenschap van Béthune-Bruay Artois Lys Romane – een van de drie intergemeentelijke samenwerkingen van de Pôle métropolitain – goed voor een veertigtal bijkomende locaties en een totaal van elf deelgebieden. Deze bijkomende gebieden beantwoorden aan dezelfde criteria als de vorige: ze hebben landschappelijke kwaliteiten, een waardevol patrimonium, een ecologische functie, een interessante ligging, zijn bereikbaar met actieve vervoersmodi en bezitten een gebruikspotentieel. Het opdrachthoudende team besteedde bijzonder veel aandacht aan de links tussen de verschillende sites en werd daarin ondersteund door de Mission Bassin Minier.
De elf grote schakels in het snoer
De fietstrajecten die in 2013 op de kaarten werden uitgetekend, waren een erg heterogeen samenraapsel van routes en paden voor tweewielers. Maar deze keer wordt de fiets echt centraal geplaatst: het plan tekent een ononderbroken fietsnetwerk uit van ca. 100 km – op dit moment nog niet allemaal aangelegd – dat fietsers op een efficiënte manier door aantrekkelijke landschappen loodst. Maar ook op een dieperliggend niveau krijgt het project nu (hernieuwde) vleugels. “Het gaat niet alleen meer om een landschappelijke benadering, we willen nu ook een stedelijke uitrusting voorzien rondom de aangeduide gebieden”, vertelt Gilles Huchette in naam van de opdrachtgever. “Het is de bedoeling dat de deelnemende gemeenten hun verdere ontwikkeling rond dit groene stramien plannen.” Dat was een ambitie die ook Michel Desvigne en Une Fabrique de la Ville (met Erwan Roncin) van bij de aanvang in gedachten hadden. Het zal in de eerste plaats gaan om voorzieningen in open lucht gericht op fysieke activiteiten en ontspanning. Maar daar blijft het niet bij. “Bepaalde plekken zullen ingezet worden om overstromingen of luchtverontreiniging te counteren”, verduidelijkt Elsa Rescan van het bureau Ville Ouverte. “Sanitaire en sociale voorzieningen kunnen in of dichtbij deze parken een plaats krijgen, bedrijven kunnen er interessante locaties vinden. Het wegennet, ten slotte, zou de mobiliteit van bewoners moeten bevorderen — evengoed tijdens het weekend als op werkdagen.” Pierre Dhénin, lid van de kwaliteitskamer van Euralens, looft dan weer het economische hefboomeffect dat dergelijke projecten kunnen hebben en gelooft rotsvast in het potentieel van het Parksnoer. Zijn collega-programmator Véronique Granger herinnert zich nog levendig gesprekken met partijen die in de verste verte niet konden geloven dat er interesse zou kunnen bestaan om hun mijnbekken te bezoeken. “Vandaag zijn de geesten gerijpt en kunnen we denken aan het organiseren van toeristische kortverblijven in de streek, met onze natuurlijke landschappen en sporen van het mijnwerkersverleden als troef.”
‘een collectieve kennisonderneming’
Een beheer samen met de gebruikers
Pierre Dhénin plaatst weliswaar een paar kanttekeningen bij het geheel. Hij benadrukt daarbij vooral het belang van de coherentie van de lopende inrichtingen, ook al zijn die a priori eerder bescheiden. “De links zijn cruciaal, in elke betekenis van het woord. Het volstaat niet dat iedereen netjes voor de eigen stoep gaat vegen. Er moet gezocht worden naar een collectieve meerwaarde. Dat vraagt om coördinatie — die er dringend moet komen vóór er her en der individuele beslissingen worden genomen. Een voorbeeld: als we landbouwers bij het onderhoud van de sites willen betrekken, mogen bomen niet te dicht bij elkaar geplant worden, zoniet is er met tractoren geen doorkomen aan.” Landbouwers? Zeker, net zoals de jachtverenigingen, joggingclubs, wandelaars, vogelspotters, botanici, economische actoren en schoolinstellingen. Volgens Pierre Dhénin heeft dit Parksnoer slechts kans op slagen indien de mensen en groeperingen die er nu wonen en gebruik van maken, mee aan boord worden genomen. “We moeten ervoor te zorgen dat zij de rol van bewaker en animator opnemen.”
Dat is wat Michel Desvigne een collectieve kennisonderneming noemt een potentieel dat volgens Hénins stellige overtuiging in deze streek aanwezig is. Principes vastleggen, een budgetraming opstellen, financiële middelen (eigen budgetten en subsidies) bijeenzoeken, een werkschema op poten zetten, het uitvoeren en vervolgens de sites met een programma ‘opladen’ — dat is de roadmap voor de trekkers en de verschillende schakels in de keten. En eens de geplande ontwikkelingen gerealiseerd zijn, moet er dringend werk gemaakt worden van een beheerstructuur voor dit groene netwerk, voor het herstellen van het wegennet, de verlichting van parkzones en de relaties met partners op het terrein.
‘Hier dienen geen parken aangelegd te worden, hier moeten bestaande parken geherstructureerd, verbonden, geordend worden
Meer inlichtingen
Verfaillie, B. (2019). Une chaîne des parcs, projet urbain structurant. Urbanisme, hors-série, n° 68. Territoires phoenix : la preuve par Euralens. pp. 29-35.
http://micheldesvignepaysagiste.com












Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.