Jan Vilain en Tom Dhollander, Infopunt Publieke Ruimte
CATHY BERX, GOUVERNEUR PROVINCIE ANTWERPEN
Antwerps provinciegouverneur Cathy Berx richtte in haar recentste openingsrede de focus op water. Infopunt Publieke Ruimte schoof bij de gouverneur aan tafel voor een boeiend gesprek over onder meer het belang van water voor omgeving en maatschappij, multi-level governance, de meerwaarde van Europese regelgeving voor het Vlaamse, provinciale en lokale beleid en de realisaties van het provinciebestuur op het terrein.
In december stond uw openingsrede voor de provincieraad volledig in het teken van water. Vanwaar die keuze?
De keuze voor water staat niet op zichzelf. Na het lezen van de Metamorfosen van Ovidius vatte ik het plan op om een cyclus te wijden aan de vier elementen. Ik begon met Lucht, met grote focus op de luchtkwaliteit en de vele gezondheidsrisico’s, zoals astma en kankers die het rechtstreekse gevolg zijn van NOx en fijnstof. Daarna kwam Bodem (de aarde) aan bod. In het bredere kader van de circulaire economie ging veel aandacht naar ecosysteemdiensten, veenvorming, bodemzorg en actief stortplaatsbeheer. Vervolgens kwam Vuur, met aandacht voor civiele veiligheid en zonne-energie, om dan af te ronden met Water.
Kernboodschap van die redes is dat sinds WO II heel veel van onze welvaart is gecreëerd zonder de externe kosten te integreren in de prijs. Het gaat over de impact op onze leefomgeving, biodiversiteit, open ruimte en op gemeenschapsgoederen zoals lucht, water en bodem. Bij gebrek aan correcte prijsprikkels produceerden en consumeerden we veel meer dan onze leefomgeving en ruimte konden dragen. Het bracht de meesten van ons veel jobs, welvaart, vrije tijd en luxe… En daarvoor betalen we nu collectief de prijs, in deze disruptieve tijden.
Sinds de overstromingen eind jaren 90 heeft de provincie Antwerpen sterk ingezet op integraal waterbeleid. De focus ligt daar op de creatie van overstromingsgebieden, de overname van de lokale waterlopen en het beheer van zoveel mogelijk onbevaarbare waterlopen. Provincie Antwerpen heeft ook steeds de kaart getrokken van innovatie met digitale peilmetingen, de aanwerving – als eerste – van een droogtecoördinator en het betrekken van landbouwers bij natuurbeheer via Beek.Boer.Bodem.
Ook op het vlak van circulair watergebruik worden in onze provincie belangrijke stappen gezet. De weersextremen ten gevolge van de klimaatverstoring maken duidelijk dat dit alles niet volstaat en druppels op een hete plaat blijken. Meer inspanningen en vooral nature based solutions zijn nodig.
Met de klimaatverstoring als brandversneller en de weersextremen die er het gevolg van zijn, is het nu alle hens aan dek om als het ware de basics te herstellen, op een zo sociaalrechtvaardig mogelijke manier. En dat schuurt, door botsende ruimteclaims. Het leidt tot scherpe debatten over het behoud van verworven (gewaande) rechten en belangen én de noodwendigheden in het algemeen belang, waaronder de minutieuze naleving van het Europees omgevingsrecht: de binnenkort aangescherpte Kaderrichtlijn Water, de Habitatrichtlijn, de Green Deal, de nakende Natuurherstelwet … Zeker door de jaren van aanhoudende droogte én de waterbom in de Vesdervallei is het besef breder doorgedrongen dat water een zeer kostbaar goed is, waarmee we zuinig moeten omspringen.
Ook de wake-up call voor de landbouw en de industrie was zeker afgelopen zomer niet min. Nog maar een klein beetje of helemaal geen water meer mogen capteren om productieprocessen gaande te houden, het volledig stilleggen van de scheepvaart, ernstige ingrepen om de dokkeninfrastructuur in de havens te behoeden voor ernstige schade en een oprukkende zouttong in het Albertkanaal met alle gevolgen van dien voor de drinkwaterproductie… het was allemaal slechts een kwestie van dagen.
Bij gebrek aan correcte prijsprikkels produceerden en consumeerden we veel meer dan onze leefomgeving en ruimte konden dragen

In het ruimtelijk beleid gaan water en groen vaak samen. Hoe geeft het provinciebestuur vorm aan blauwgroene netwerken en welke realisaties mogen gezien worden?
Complexe ruimteopgaven zijn al lang geen zaak meer van één bestuur alleen. Dat bewijst trouwens de kracht van het coördinatie- en cocreatieproject rond de Kleine Nete. Over de beleidsdomeinen Natuur, Landbouw, Recreatie en Erfgoed transversaal samenwerken in combinatie met een interbestuurlijke samenwerking tussen het Vlaamse, provinciale en de gemeentelijke bestuursniveaus is de kern van ons governance-model. Tel daarbij de bredere community van middenveldverenigingen rond landbouw en natuur, dan is meteen duidelijk dat we in een breed netwerk gebiedsgericht samenwerken aan klimaatrobuust vallei- en rivierherstel. De inzet van veel Vlaamse Blue Deal- en strategische projectmiddelen helpt daarbij. We legden een lange weg af, maar er blijft ook nog een lange weg te gaan. Het provinciebestuur zet uiteraard wel heel sterk in op het beheer en zo mogelijk uitbreiding van enkele mooie parken en natuurgebieden (Kesselse Heide, Prinsenpark, …) en participeert o.m. aan Landschapspark de Merode. Met de steun aan de Boskansenkaart wil de provincie sterk bijdragen tot zoveel mogelijk aaneensluitende bosuitbreiding. Voorts zijn er ‘kleinere projecten’, zoals de inrichting van kleinere overstromingsgebieden, vismigratietrappen en hermeandering. Valleiherstel is en blijft in elk geval het meest duurzaam voor de opslag van broeikasgassen, natuurherstel en veerkracht tegen tijdelijk teveel of tekort aan water. Om tien jaar samenwerking in de vallei van de Kleine Nete te vieren, zetten we dit gebied in de kijker tijdens de Vlaamse Waterdagen 2023. Meer info is te vinden op www.waterdagen.be (#netedagen23).
Volgens recent onderzoek van prof. Jan Staes (UAntwerpen) ligt in de Antwerpse Kempen een belangrijk potentieel om de grondwatervoorraad in Vlaanderen aan te vullen. Legt dat extra druk op de schouders om een voorbeeldrol op te nemen?
Zeer zeker. We onderzoeken de mogelijkheden om een deel van de vallei van de Kleine Nete om te vormen tot een veenpark. Het is een toonvoorbeeld van koppelkansen: opvang van CO2 én ruimte voor water om de grondwatervoorraden in Vlaanderen aan te vullen. Lieven Symons (Labo Ruimte) lichtte onlangs uitgebreid de Droge Delta toe (www.drogedelta.be). Hij vertelde hoe een gebied met uitgesproken waterstress op dit moment – de Kempen – een unieke troef kan worden om water in de bodem op te slaan en vast te houden, waardoor we structureel en systemisch veel minder afhankelijk worden van Maaswater. De Kempen als hét (drink)watervat van Vlaanderen hoeft geen science fiction te zijn, was mijn conclusie. Daarvoor is een consequente toepassing van de Watertoets vereist. Ook het herbestemmen van percelen in Signaalgebieden[1] om ze te vrijwaren voor verharding mag niet te lang meer op zich laten wachten.
In de openingsrede wijst u op het belang van voldoende uitvoeringscapaciteit (mensen en werkingsmiddelen). Net daar wringt het schoentje bij veel lokale besturen.
De referentie aan uitvoeringcapaciteit sloeg eerder op de Vlaamse overheidsadministraties: hoe beperkter de menskracht, hoe meer wordt ingeboet op samenwerking, coördinatie en afstemming. Dan concentreert iedereen zich in de eerste plaats op de eigen kerntaak, in de eigen koker. Maar uw opmerking klopt dat deze zorg ook geldt voor de uitvoeringscapaciteit van de lokale besturen. Ik ben voorstander van de gebiedsgerichte transversale en interbestuurlijke multi-level co-governance. Ogenschijnlijk een theoretische mondvol, maar deze aanpak is m.i. cruciaal om beleidsvisies en plannen concreet waar te maken op het terrein. De omgeving, de schaarse ruimte en het ecosysteem lezen geen richtlijnen, beleidsvisies of plannen. Realisaties op het terrein zijn finaal het enige wat telt.
Er zijn volgens mij enkele kritieke randvoorwaarden of succesfactoren. Vooreerst bestaan er duidelijke gebiedsgerichte en gedeelde taakstellingen: x ha natte natuur, x ha veen, … . Ten rweede heb je een gebiedsfonds, middelen om er gedurende een voldoende lange termijn op in te zetten zonder afhankelijk te zijn van opeenvolgende projectoproepen, waarbinnen plannen en projecten soms amper passen. Met dien verstande dat middelen niet mogen worden ingezet voor projecten of acties die haaks staan op de beleidsdoelstellingen. Bijkomende netto verhardingen zijn uit den boze in kwetsbaar gebied. Ten derde moet er een volgehouden engagement van alle stakeholders zijn, die over de tijd en menskracht kunnen beschikken om samen te werken. Ten vierde moet er een sterke grondpositie zijn met het oog op herinrichting van de omgeving. En ten slotte is er een periodieke rapportering of verantwoording aan de Vlaamse Regering over voortgang en eventuele gebreken.
Voorts breek ik graag een lans voor een verdere rationalisering van het waterbeheer met zo min mogelijk beheerders én sluit ik me aan bij de governance-voorstellen die Henk Ovink ontwikkelde in Weerbaar Waterland met de aanstelling van een sterke watercommissaris, Bekkenhuizen met doorzettingskracht en lokale gebiedscoalities. Het verzoent, want verbindt centrale, onderbouwde taakstellingen en agendabepaling met uitvoeringskracht, voldoende terreinkennis en draagvlak. En als gedacht wordt in de richting van een verdere interne governance-hervorming, lijkt een combinatie van sterke gemeenten binnen stadsregio’s en buitengebiedregio’s een goede optie, in de wetenschap dat ook die blijvend op elkaar aangewezen zijn. Water respecteert geen grenzen, en de keuzes gemaakt op de ene plaats hebben steeds ook een impact elders. Het is geen toeval dat samenwerkingsverbanden ‘waarbij de landschappelijke gegevenheid dominant is of die gebonden zijn aan fysische of natuurlijke structuren’, niet vallen onder het toepassingsgebied van de regiovorming. Dat geldt a fortiori voor water en stroomgebieden.
We onderzoeken de mogelijkheden om een deel van de vallei van de Kleine Nete om te vormen tot een veenpark

Zoals u aangeeft, eindigen hydrologische en ecologische systemen aan administratieve of territoriale grenzen. De uitgebreide publicatie die bij de openingsrede hoort, gaat – terecht – over veel meer dan het provinciale grondgebied en takenpakket. U vertegenwoordigt de Vlaamse gouverneurs in de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW). Kunt u die rol kort toelichten?
Om de doelstellingen in het buitengebied en bij uitstek de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water te bereiken, is volgens mij een formele afstemming noodzakelijk binnen de nog sterk verkokerde Vlaamse overheid. De CIW vervult die rol. Diezelfde CIW kan en moet ook fungeren als brugfunctie naar de wetenschap, internationaal benchmarken en zorgen voor strategisch afstemmen met niet-overheidsinstanties actief in het waterbeleid en –beheer. Ook in de CIW én als lid van de High Level Task Force Blue Deal tracht ik mee de brug te zijn tussen het Vlaamse, provinciale en lokale niveau, te drukken op het belang van een gebiedsgerichte aanpak met aandacht voor de eerder geciteerde kritieke succesfactoren en een fundamentele herdenking van het landbouwbeleid, waarbij vragen mogen worden gesteld over de veeteelt, de vrije teeltkeuze, de grote impact op de waterkwaliteit en de aantasting van kwetsbare natuur door drainage.
Door de unieke positie van gouverneurs – die als enigen in dit land nog een institutionele link hebben met alle beleids- en bestuursniveaus én een bijzondere expertise en verantwoordelijkheid op het vlak van noodplanning en crisisbeheer- spreek ik ook geregeld vanuit dat perspectief. In het bijzonder wanneer het gaat over de voorbereiding op een noodsituatie door een waterbom, dan wel door aanhoudende droogte en eventueel hitte.
In elk geval is het een bijzonder voorrecht om – mede namens de collega’s – vrij vroeg bij de voorbereiding en besluitvorming rond integraal waterbeleid te worden betrokken, ermee over te kunnen reflecteren en te ervaren dat de openheid groot is om erover te spreken en debatteren. Samen met de voorzitter Bernard De Potter (VMM) zit ik het Waterproof project Klimaatplassen voor en ben ik erkentelijk voor de interesse voor de casus van de Kleine Nete. Sinds kort overlegt de voorzitter van de CIW periodiek met alle gouverneurs in het bijzonder over de uitvoering van de derde generatie Stroomgebiedbeheerplannen, de voorbereiding van de volgende én de hervorming van de watergovernance.
De openingsrede legt veel nadruk op circulair watergebruik. Veel hemelwater wordt via de openbare ruimte rechtstreeks naar waterlopen afgevoerd. Welke haalbare oplossingen ziet u om regenwater beter te recupereren?
Vorige zomer was het nog een controversiële stelling dat het leidingwater te goedkoop is en te makkelijk beschikbaar voor toepassingen die intrinsiek geen drinkwaterkwaliteit vereisen. Daardoor wordt niet of suboptimaal geïnvesteerd in de alternatieven: opvang van zoveel als mogelijk regenwater en circulair gebruik ervan. Pas wanneer de reële kost van een schaars goed in de prijs wordt doorgerekend, worden de alternatieven aantrekkelijk en rendabel: investeren in opvang, zuivering en circulair gebruik van water… Voor de essentiële noden die wel drinkwaterkwaliteit vereisen – om te eten, te drinken, water te bereiden en voor persoonlijke hygiëne – moet leidingwater uiteraard goedkoop en voor iedereen beschikbaar zijn! Sociale rechtvaardigheid en de duurzaamheidstransitie moeten hand in hand gaan.
Het ontbreken van een performant en proactief grondbeleid dat toelaat om aan een echte, ruimtelijke transitie te werken, baart mij zorgen

Waar ziet u zelf als gouverneur de grootste kansen op vlak van klimaatadaptatie en waterbeheer? En wat baart u het meest zorgen?
De grootste kansen liggen m.i. in een strak en ambitieus Europees Kader en – voor de gevallen de politieke overheid nog te zeer in gebreke blijft – de consequente houding van steeds meer rechters om de correcte naleving van Europese regelgeving op te leggen en af te dwingen. De richting is helder. Met hefbomen als de Blue Deal, de nota ‘stroomversnelling’, het Klimaatadaptatieplan en Weerbaar Waterland zetten ministers Demir en Peeters alle partners samen om plannen waar te maken op het terrein. De ervaring leert dat een gebiedsgerichte aanpak met alle partners en betrokkenen het verschil maakt. Als provincie stellen wij de verhardingsmonitor ter beschikking, een instrument waarmee lokale besturen de bijkomende oppervlakte vergunde verharding en verkavelingen en de impact ervan op het ruimtebeslag in de gaten kunnen houden. Toegegeven, die moet nog verder worden verfijnd, maar m.i. hebben we dergelijke instrumenten echt nodig om blijvend op te volgen of het vergunningenbeleid ons niet eerder verder van dan dichter bij het beoogde doel brengt. Meer dan de voorbije decennia zal het goed begrepen gemeenschapsbelang weer meer moeten prevaleren op het individueel belang. Dat zal niet eenvoudig zijn en komen met een – hopelijk redelijke – kost.
De grootste zorg is zonder twijfel het gebrek aan duidelijke, gebiedsgerichte, taakstellingen én het ontbreken van een performant en proactief grondbeleid dat toelaat om aan een echte, ruimtelijke transitie te werken. Ook de onzekerheid over continuïteit van onze gebiedsgerichte aanpak blijft een grote zorg. Het werk is immers nog lang niet af, de weg blijft lang. Hopelijk trekken volgende Vlaamse Regeringen de lijn van Klimaatadaptatie en Integraal Waterbeleid minstens onverkort en zo mogelijk nog ambitieuzer door.
MEER INFO
https://www.gouverneurantwerpen.be/over-cathy-berx/openingsrede/gouverneur-cathy-berx-spreekt-openingsrede-2022-uit–water–het-.htmlhttps://www.provincieantwerpen.be/provinciebestuur/gouverneur-cathy-berx/nieuwsoverzicht.masterdetail.html/p_detail_url/nl/cathy-berx/nieuws/inzicht-in-verharding-via-vergunningen–een-verhardingsmonitor-a.html












Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.