Christophe Mercier, tijdelijke vennootschap Suède 36 – Base
De Ninoofsepoort ligt gekneld tussen de gemeenten Brussel en Molenbeek en grenst aan het kanaal. Het was lange tijd een verwaarloosd brownfield-gebied aan de stadspoorten. Door de afbraak van oude pakhuizen en de herziening van de infrastructuur kwamen 2,4 hectare vrij in het hart van een van de dichtstbevolkte gebieden van het Brussels gewest. Vandaag maakt het park zijn missie waar. Het verbindt buurten, creëert sociale banden, vangt conflictloos een breed scala aan gebruikersprofielen op, en verbetert de biodiversiteit en waterbeheer. Het concept kwam er via een ambitieus participatietraject. Dit is een plek die samen met de stad en haar bewoners evolueert.
De openbare aanbesteding voor het ontwerp van deze groenzone kwam op het laatste nippertje, net op het moment dat de herinrichting van het wegenknooppunt eromheen ten einde liep. Drie dagen na de toekenning door de overheid werd er al een bijeenkomst georganiseerd met de lokale gemeenschap. Jarenlang hadden bewoners, buurtcomités en verenigingen zich ingezet voor een broodnodige groene long in deze dichtbebouwde, extreem verharde wijk. Maar niets van wat hen tot dan toe was voorgesteld, strookte met hun ervaring en verwachtingen als gebruiker.
Het ontwerpbureau en de overheid, ondersteund door het team van de Bouwmeester, organiseerden een overlegronde met de lokale stakeholders. Er werden drie open, thematische workshops georganiseerd op drie nabijgelegen locaties. De eerste richtte zich op bodem, water en vegetatie. De tweede op wegenis, verlichting en stadsmeubilair en de derde op gebruik. De werkmethode was eenvoudig: deelnemers kregen plattegronden en een pen met vier kleuren: groen voor vegetatie, blauw voor water, zwart voor infrastructuur en rood voor voorzieningen. Per workshop waren er ongeveer vijftig personen met uiteenlopende achtergronden: bewoners, maar ook verenigingen, lokale experten, toekomstige beheerders van de ruimte en administratief verantwoordelijken. Deze kruisbestuiving bleek cruciaal, omdat elk van de deelnemers een andere visie had op de vereisten voor het park. Geen tegenstrijdige visies, maar wel complementaire.
Via een Facebookpagina konden geïnteresseerden de voortgang van de gesprekken volgen doorheen het hele traject. De deelnemers gaven feedback op het sneuvelontwerp, wat ook diende om de neuzen in dezelfde richting te houden. De behoeften en verwachtingen leken af en toe tegenstrijdig: hoe kunnen we de doorstroming en transparantie behouden en tegelijkertijd bescherming bieden tegen het drukke verkeer van de Ninoofsepoort en de kleine ring? Het idee om een kiosk te bouwen ontstond tijdens deze bijeenkomsten. De deelnemers zagen het gebouwtje niet als een puur commerciële ruimte, volgens hen moest het ook een sociale en culturele invulling krijgen. Ook het creëren van sociale cohesie en een permanente aanwezigheid die sociale controle zou garanderen in een buurt waar het niet altijd makkelijk wonen is, bleken erg belangrijk.

Een stadsweide
Deze nieuwe publieke ruimte biedt een antwoord op de essentiële wensen van de gebruikers: de verschillende wijken nieuw leven inblazen en verbinden en als groene long mogelijkheden voor spel, sport, cultuur en ontspanning bieden. Vanaf 6 uur ’s ochtends gebruiken joggers de cirkelpaden als trainingspiste. Een breed scala aan mensen maakt gebruik van het park, dat dan ook vol zit als het mooi weer is.
In het midden van het terrein werd een uitgestrekte stadsweide aangelegd in een opeenvolging van afhellende ringen, die door hun trappartijen en niveauverschillen bescherming bieden tegen overlast. Tegelijkertijd vormen ze ook een open ruimte. Rond de ringen bieden lange zitmuren uitzicht en verpozing. De geometrie van het ontwerp is gebaseerd op het tracé van de oude sluis die onder het terrein begraven ligt. Verspreid rondom de weide liggen de circulatietrajecten, meubilair en voorzieningen. Verschillende tuineilandjes zorgen voor overvloedig groen op de site.
Uit de overlegronde kwam ook het belang van water naar voren, deze plek lag immers ooit op de kruising van het kanaal en de Zenne. Hoewel de site te klein is voor een oppervlak met stromend water, een vijver of een fontein, heeft water hier toch zijn plaats gevonden door de aanleg van twee natte tuinen. De typische vegetatie van de Zennevallei kan hier gedijen. Deze vegetatie staat bekend als pionierbegroeiing, omdat ze wortel schiet in omstandigheden die veel andere planten niet verdragen. Naarmate deze planten groeien, verrijken ze hun omgeving en kunnen ook andere planten er zich vestigen. De twee tuinen bevinden zich op de twee laagste punten van het terrein: langs de oude kanaalkaai en in het midden van de weide.
Wijkverbindingen en -voorzieningen
Doordat de ruimte een open, informeel en multifunctioneel karakter behield, biedt ze ook optimale verbindingen voor fietsers, voetgangers en mensen met een beperkte mobiliteit. Paden in semi-doorlaatbare materialen verbinden op efficiënte wijze de drie buurten rondom het park. De fietspaden zijn verbonden met de nieuwe fietsboulevard op de kleine ring. Om het comfort van voetgangers en mensen met beperkte mobiliteit te garanderen, is het park omgeven door brede paden in gewassen beton. Zij vormen de poorten tot het park. Langs de paden liggen wadi’s met inheemse, bijenvriendelijke en gevarieerde vegetatie om regenwater op te vangen.
Tijdens de workshops benadrukten verschillende groepen ook het belang van meer stedelijke ankerpunten
rondom het park. Het doel van deze pleintjes is om de groenzones te verbinden met de omgeving door middel van oversteekplaatsen. Deze toegangen tot het park worden zo ijkpunten en makkelijk herkenbare ontmoetingsplekken. Elke toegang heeft zijn eigen landschappelijke identiteit, die geleidelijk wordt verfijnd naarmate het project zich verder ontwikkelt.
We merken ook op dat voor de meeste deelnemers aan de workshops verlichting over het hele park geen absolute vereiste was – vooral omdat de notie natuur ook respect voor het dag- en nachtritme inhoudt. Er was voor het eerst aandacht voor het respecteren van een blackout, die beter rekening houdt met de slaapgewoonten van de stedelijke fauna.
Een buurt komt tot rust
Een van de mooiste herinneringen aan het participatietraject was onze ontmoeting met een groep migranten met erg uiteenlopende achtergronden. De vzw La rue, die al lange tijd actief is in de wijk, organiseerde voor ons een feedbackworkshop. Het was het moment waarop we samen met de gebruikers de geschiktheid van de geformuleerde voorstellen onderzochten. De verwachtingen van nieuwkomers zijn niet radicaal anders dan die van andere gebruikers: comfort, spelmogelijkheden, veiligheid en zitbankjes. Maar in deze workshop heerste een positieve en constructieve sfeer, die soms moeilijk te vinden is bij andere bevolkingsgroepen. Ligt het aan het feit dat die laatsten meer verwend zijn door het leven en soms moeilijk enthousiasme kunnen opbrengen voor de co-creatie van een publieke ruimte?
Vandaag – enkele jaren na de start van het project – is het park een weergaloos succes. De guinguette is een populaire ontmoetingsplaats geworden. Mensen met zeer verschillende achtergronden komen er samen, zonder dat dit tot gebruiksconflicten leidt. Leefmilieu Brussel zorgt voor een efficiënt beheer en volgt, zoals gepland, de verdere ontwikkeling van het park op. Er worden nieuwe bomen geplant, bloemenweiden aangelegd, spelletjes en animatie aangeboden. Het project illustreert uitdrukkelijk de relevantie van een overlegtraject met gebruikers, experts en beheerders. Drie voorbereidende overlegmomenten en een paar feedbackvergaderingen vormen daarbij een minimale investering om de genomen ontwerpkeuzes te verankeren.










Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.