Naar een gezonde ruimtelijke ordening

Naar een gezonde ruimtelijke ordening

Hélène Ancion, Canopea

Klimaat, biodiversiteit, landbouw en woongelegenheid: vier uiteenlopende crisissen, elk met hun eigen verstrekkende en dramatische gevolgen. Vier crisissen ook die één gemeenschappelijke oorzaak hebben: ons ruimtelijk beleid wordt gedicteerd door een rentabiliteitslogica op korte termijn en een simplistische visie die ons handenvol geld kost. Het is een visie die helemaal geen rekening houdt met de onschatbare diensten die de natuur ons verleent. Een business as usual-beleid is op dit vlak onvoorzichtig, zelfs onverantwoord. Ook Wallonië is aan een verhardingsstop toe.

Een verleden dat vastzit in zoneringsbeton
De Bestemmingsplannen voor Wallonië delen het hele grondgebied op in grote gekleurde vlakken, die het gebruik van alle grondpercelen vastleggen. Die zonering speelt een bepalende rol bij de vraag of land al dan niet mag bebouwd worden. De zonering kwam op het einde van de jaren 1970 tot stand, met als officiële doelstelling een weloverwogen ruimtelijke ordening. Het gelobby van particulieren haalde die ordening echter onmiddellijk onderuit. Ze wilden immers de waarde van hun eigendom verzilveren, waar die zich ook maar bevond. De toenmalige politici en bestuurders hadden op zijn zachtst gezegd geen besef van de gevolgen van een ruimtelijk planningsbeleid dat geen rekening hield met de natuur, de landbouw of natuurlijke hulpbronnen. De bezwaren van milieubewuste burgers en verenigingen kregen nauwelijks gehoor bij de autoriteiten. Toch weerklonk het milieudebat al sterk in de strijd die een aantal baanbrekers uit de ruimtelijke planning en de landbouw voerden. De mogelijkheid van een gold rush op vastgoed zorgde evenwel voor een collectieve verblinding.

Het oorspronkelijke Bestemmingsplan legde 1.100 km² bouwgrond vast. Sindsdien is er geen algehele herziening van het plan geweest om de ruimte voor stedelijke ontwikkeling te beperken, met name in overstromingsgevoelige gebieden. Integendeel zelfs, in veertig jaar tijd is meer dan de helft van de oorspronkelijk vastgelegde bouwgrond bebouwd in de vorm van onder andere woonwijken, industrieterreinen, winkelgebieden en wegen. Dit gebeurde aan een gemiddelde van 15 km² per jaar, wat neerkomt op een ruimtebeslag van 575 km². Dat is de gezamenlijke oppervlakte van de vijf grootste steden van Wallonië: Charleroi, Luik, Namen, Bergen en La Louvière. Of 82.000 voetbalvelden, verspreid als kruimels over de regio. De algehele versnippering van de woonfunctie ging ten koste van landbouw-, bosbouw- en natuurgebieden.

Mobiliteit: een hoog prijskaartje voor de versnippering
Onze urban sprawl kan niet los gezien worden van een beleid dat zich decennia lang toespitste op de continue ontwikkeling van een netwerk van autowegen en autostrades in Wallonië. Dat netwerk is nu een van de meest dichte in Europa, met 4.800 km wegenis per 1.000 km2 – dat is vier keer het Europese gemiddelde.
Al een halve eeuw lang wordt de particuliere wagen als het enige vervoersmiddel gezien. De auto speelt dan ook een beslissende rol bij de keuze van de woonplaats, de inplanting van bedrijven en handelszaken en de bouw van openbare voorzieningen. De versnippering versterkt de autoafhankelijkheid van de hele samenleving, omdat het netwerk en de frequentie van het openbaar vervoer in de loop der jaren in dalende ging naarmate de vraag afnam. De noodlottige combinatie van urban sprawl en autogebruik heeft een aantal negatieve gevolgen die voor iedereen voelbaar zijn: luchtvervuiling, geluidsoverlast, gevaarlijke wegen, parkings die hitte-eilanden en onveilige openbare ruimten creëren, stedelijke congestie, agressie en ongevallen veroorzaakt door files, gebrek aan lichaamsbeweging en sociale contacten.
Om de aankoop van een auto rendabel te maken – af te schrijven, om een Belgische term te gebruiken – leidt wagenbezit vaak tot overmatig gebruik, vooral op korte trajecten waar lopen efficiënter en beter voor ieders gezondheid zou zijn. Voor huishoudens worden de aanzienlijke kosten die gepaard gaan met de aankoop en het gebruik van een auto opgeteld bij de woonkosten, wat resulteert in grotendeels onderschatte uitgaven.

Multitasking: de uitgestrekte landbouwgronden van Leuze-en-Hainaut werden omringd door meidoorn-, hondsroos- en populierenhagen, en sloten. Op de Chemin de la Croix au Mont vindt men nog een laatste overblijfsel van deze strategische alliantie, die fungeerde als windscherm, ondersteuning voor de flora, barrière tegen indringers, reserve van brandhout en palen, schuilplaats voor wild en nog veel meer.

Gebieden die dringend beschermd moeten worden
Vandaag is er volgens het Bestemmingsplan nog meer dan 500 km² land potentieel beschikbaar voor ontwikkeling. Het grootste deel hiervan is landbouwgrond. Er horen ook bossen en andere groenzones bij, zoals de befaamde postzegelparkjes die een beetje ademruimte bieden in sterk verstedelijkte gebieden. Als we niet snel actie ondernemen om deze gebieden te beschermen, moeten we ons verwachten aan grijze zones waar het niet langer goed wonen is, landbouwgrondprijzen die boeren zich niet meer kunnen veroorloven, middelmatig voedsel dat vol chemicaliën en gewasbeschermingsmiddelen zit, een biodiversiteit in vrije val, gebrek aan betaalbare huisvesting – waar vooral de minst bedeelden de dupe van zullen worden – en een onvermogen om ons aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, vaker voorkomende overstromingen en hittegolven. Kortom, een voortzetting van de huidige trends, maar dan erger.

De teloorgang van plekken die cruciaal zijn voor gezondheid en welzijn

Talrijke studies tonen het positieve effect van groene ruimten aan. Natuurbeleving is onder andere goed voor onze immuniteit, onze darmflora en ons geestelijk welzijn. Mensen die in de buurt van een groene ruimte wonen, moeten minder vaak naar de huisarts en lopen minder risico op angstaanvallen en depressie. De toegang tot groene publieke ruimten is van cruciaal belang voor mensen die niet over een eigen tuin beschikken. Projectontwikkelingen bedreigen de plekken die essentieel zijn voor onze gezondheid en welzijn. Hun teloorgang verhoogt de stress voor de lokale bewoners en brengt het verlies van publieke voorzieningen – onvervangbaar gemeenschappelijk goed – met zich mee.

De beschikbaarheid van voedsel in gevaar

Aan de rand van onze steden en ook op het platteland wordt landbouwgrond schaars. De grondprijzen stijgen en het inkomen van de boeren keldert. Veel land wordt bedreigd door bouwprojecten of wordt onttrokken aan zijn primaire functie als voedselbron om plaats te maken voor kerstbomen, biobrandstoffen, zonne-energie, openluchtrecreatie of geïndustrialiseerde gewassen. Geen enkele van deze toepassingen speelt in op de voedselbehoeften van de bevolking of past in een correcte agro-ecologische transitie. Het wordt tijd dat zowel de overheid als private grondbezitters aandacht besteden aan de burgers en boeren die wél allerhande voedselprojecten op poten zetten.

Pleidooi voor een betere ruimtelijke ordening
De bodem is veel meer dan een drager voor bouwgrond en vastgoedontwikkelingen. Hij heeft nog andere intrinsieke functies, vooral op het vlak van overstromingen. Een van de sleutelconcepten van het Schéma de Développement du Territoire (SDT of Ruimtelijk Ontwikkelingsplan) dat Wallonië onlangs aannam, is de optimalisatie van ruimtebeslag. Dit nieuwe concept streeft naar een grondgebruik dat de ecosysteemdiensten respecteert die de natuur – en in het bijzonder de bodem – levert. Maar het volstaat niet om mooie algemene principes te verkondigen en vervolgens lukraak bouwvergunningen te verlenen. De enige manier waarop we het roer kunnen omgooien en de levenskwaliteit van de hele bevolking kunnen verbeteren, is door een duidelijk ruimtelijk beleid toe te passen en te volgen. Onze openbare ruimten zijn de ideale plek om hiermee te beginnen. Ze zijn zichtbaar en permanent toegankelijk, de projecten die er worden uitgevoerd kunnen rekenen op gratis ruchtbaarheid en een testfase op werkelijke grootte. In tijden van beperkte middelen kan dit zeer waardevol zijn voor lokale en regionale overheden.