EN PLEIN PUBLIC
Marianne France, zaakvoerder ingenieursbureau France
Marianne France is afgevaardigd bestuurder van Ingenieursbureau France. Onder haar leiding kende het kantoor een evolutie van het louter technisch benaderen van een ontwerp naar een geïntegreerde benadering, waar zowel het technische als het esthetische en duurzame aspect in beschouwing genomen wordt. Het bureau is gekend voor kwalitatieve herinrichtingsprojecten, dikwijls in partnership met een ontwerper of kunstenaar die dan vooral het beeldende aspect voor zijn rekening neemt. Het uitgangspunt bij de projecten is een sterke ecologische betrokkenheid bij de natuurlijke omgeving. De uitdaging is de natuur maximaal in de stedelijke omgeving brengen: urban nature, urban green en urban blue.
Op welke manier komt u in uw dagelijkse beroepsactiviteiten in aanraking met publieke ruimte? Met Ingenieursbureau France als technisch adviesbureau voor onder andere stabiliteit, omgevingsaanleg en waterbeheer staan we niet alleen midden in het debat over de publieke ruimte, we trachten met onze ervaring actief mee te bouwen aan de verrijking van onze openbare ruimte.
Aan welke publieke ruimten uit uw kindertijd heeft u de mooiste herinneringen overgehouden? Speelde u als kind op straat?
Mijn ouderlijk huis lag aan een doodlopende straat. Het was fantastisch om als kind onbezorgd buiten te kunnen spelen. In de vakantie gingen wij steevast naar een huisje in de bossen van Grobbendonk. Heerlijke herinneringen… van ’s morgens tot ’s avonds waren we buiten aan het spelen!
Welke plaats heeft u ooit ontroerd of verrast?
Heel wat plaatsen hebben mij ontroerd. Een van de laatste was Skogskyrkogärden, de bosbegraafplaats nabij Stockholm in Zweden. Ontworpen door – toen twee jonge – Zweedse architecten: Gunnar Asplund en Sigurd Lewerentz. Een prachtig voorbeeld van hoe architectuur en landschap gecombineerd kunnen worden in een kerkhof. Het is een cultuurlandschap, waarin de natuurlijke vegetatie versmelt met de architecturale vormen. De architecten slaagden erin aan het landschap een bijna sacrale kwaliteit te geven. Het is een sublieme plaats met verschillende plekjes die spontaan leiden tot bezinning, rust en rouw.
Welke openbare ruimte in België moeten onze lezers zeker bezoeken?
België heeft zovele mooie plekjes! Steeds opnieuw ontdek je plaatsen die om de een of andere reden bijzonder zijn. Persoonlijk hou ik veel van levendige ruimtes, die de sociale cohesie bevorderen. Van jongs af aan al heb ik een speciale aantrekkingskracht naar water in al zijn vormen: rivieren, meren, de zee. De natuurlijke zwemvijver in het Boekenbergpark in Deurne hoort daar ook bij.
Wat mij ook geboeid heeft zijn de tuinen van Annevoie nabij Namen, een park gebouwd op een heuvel. Het staat vol fonteinen, die allemaal werken zonder pomp. De fonteinen maken gebruik van het natuurlijke hoogteverschil: de fontein spuit zo hoog als de waterhoogte in de toevoerende gracht. Zulke zaken boeien mij, een slim ontwerp dat gebruik maakt van de natuurlijke krachten.
Welke buitenlandse stad vindt u absoluut een bezoek waard?
Zoveel steden zijn interessant, elk met een eigen identiteit. Persoonlijk, als zwemster, heeft Basel in Zwitserland me enorm verrast. Zwitserland is gekend om zijn liberale attitude tegenover zwemmen in natuurlijke wateren, het is een land dat elke mogelijkheid hiertoe faciliteert.
In de zomer wordt zwemmen in de Rijn de favoriete sport in de stad. De rivier transformeert tot een gigantisch publiek zwembad en de oevers tot een grote ontmoetingsplek. Dagelijks nemen bij goed weer duizenden een frisse duik en laten zich enkele kilometers meedrijven op de (zachte) stroming van de rivier. De stad faciliteert dit op een fantastische manier met de bekende wickelfisch, een kleurrijke waterdichte zwemzak, die je op zomerse dagen overal ziet!
Wie verdient volgens u een onderscheiding voor zijn of haar inzet voor kwaliteitsvolle publieke ruimten?
Alle mensen die zich inzetten om kwaliteitsvolle publieke ruimten te maken! Het is tegenwoordig een hele uitdaging, het vergt veel positieve energie en ook kennis over de natuur om kwalitatieve projecten te realiseren. Dus bravo aan al de mensen die zich hiervoor inzetten.
De dynamiek die momenteel bestaat rond klimaatbewust ontwerpen met nadruk op ontharden en infiltreren vind ik ook heel inspirerend. Als gevolg van de verschillende initiatieven – blue deal, green deal, tegelwippen – ontstaan er zoveel mooie plekken. Nieuwe publieke ruimten ogen hierdoor zachter en vooral natuurlijker.
Welke ontwikkeling of tendens (op gebied van publieke ruimte) krijgt de komende jaren uw bijzondere aandacht?
Persoonlijk denk ik dat op het gebied van publieke ruimte er meer en meer aandacht zal zijn voor het klimaatbewust ontwerp – met meer circulariteit, natuurlijke materialen, minder CO2 en een grotere biodiversiteit. Natuurinclusief ontwerp en verbindend ontwerp zal belangrijk worden.
Verwildering van de natuur wordt hip: afstappen van gazon als overwinning op de natuur, maar een grasland als ecologisch onderdeel in een geheel en de integrale benadering van natuurinclusiviteit. Er moet meer aandacht naar de gradiënten die in de natuur bestaan, van vaste planten naar struiken naar bomen. Het incorporeren van deze gradiënten in ontwerpen kan een belangrijke ecologische meerwaarde betekenen en dus zorgen voor meer biodiversiteit.
Zoals mensen niet graag naar een hotel gaan waar geen eten is, zo ook de dieren niet. Daarom moeten we bijvoorbeeld vogelnestkasten plaatsen. Dit wordt een meerwaarde als de toekomstige bewoners ook in de omgeving kunnen gedijen. Het incorporeren van een vogelbos en zaaddragende planten in combinatie met vogelnestkasten zorgt voor een échte meerwaarde voor de lokale fauna.
Verder zie je in het publiek domein meer en meer lokale initiatieven van bewoners ontstaan, met als resultaat hippe plekjes in de stad die bovendien de sociale cohesie bevorderen.











