Geert Mertens, Ann Pisman, departement Omgeving, Wiet Vandaele, stad Leuven, Cedric Heerman, stad Turnhout
Drie jaar nadat corona ons leven tijdelijk omgooide, vragen we ons af wat er overblijft van de impact op de publieke ruimte. Zijn tijdelijke herinrichtingen gebleven? Zit tactical urbanism in de lift? Ontwerpen we nu met een pandemie in het achterhoofd? Post-corona kropen heel wat experten in hun pen. Wat leren we uit die vloedgolf van meningen, artikels en studies?
Tijdens de eerste lockdown verkende het Departement Omgeving de impact van de coronacrisis op onze ruimte. De VRP (Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning) voerde ‘Coronatalks’, het Infopunt Publieke Ruimte publiceerde tips voor een ‘covid-proof’ publieke ruimte en zo zijn er nog voorbeelden. De opeenvolgende lockdowns toonden de onschatbare waarde van publieke ruimte in tijden van beperkingen aan. Mensen exploreerden straten, pleinen en parken in de buurt. Ze herontdekten verborgen kwaliteiten, stukjes natuur, stilte en rust. De publieke ruimte kende een gewijzigd gebruik, vaak aangevuurd door tactical urbanism. Lokale besturen herschilderden (tijdelijk) de inrichting van de publieke ruimte op maat van ‘social distancing’. Wat blijft nazinderen van dit gigantische experiment?
Tegelijkertijd werden we ook geconfronteerd met de ruimtelijke structuur van Vlaanderen die niet op korte termijn drastisch kan worden veranderd. Grote kantoorwijken en hun directe omgeving kwamen leeg te staan, stadscentra waarin nog maar beperkt wordt gewoond leken heel erg verlaten. Bewoners in dichtbebouwde buurten hadden geen toegang tot groen in hun omgeving. Drie jaar later publiceert het Departement Omgeving ‘Ruimtelijke lessen uit de Coronapandemie’, een studie uitgevoerd door Endeavour (Timmermans, Thaler en Devos, 2022) waarin op basis van de coronaperiode uitdagingen en acties worden geformuleerd voor de toekomst van Vlaanderen.
De coronacrisis toonde onmisbaar zwakke plekken, ook in de publieke ruimte
Crises van de toekomst
De coronacrisis deed heel wat trends versnellen en laat ons achter met een zoektocht naar een beter normaal. Heel wat lange termijnuitdagingen zijn onveranderd gebleven. De klimaatverandering, de biodiversiteitscrisis, de energietransitie… ze zijn nooit weg geweest. Het is onzeker hoe we als maatschappij met deze uitdagingen in de toekomst zullen omgaan. In het rapport ‘Basisscenario’s voor de toekomst van de fysieke leefomgeving’ (Gommers, Verhaegen, Couderé (KENTER) i.s.m. Libbrecht (ESSET), 2022) werden vier mogelijke toekomstscenario’s verkend. De mogelijke toekomstbeelden voor Vlaanderen zijn heel divers, maar als deze worden geconfronteerd met de verscherpte uitdagingen door corona, kunnen er toch verschillende robuuste korte termijnacties worden vooropgesteld die in elk van de toekomstscenario’s op termijn zinvol zullen zijn.

Tijdelijke herinrichtingen bestendigen?
In de frontlijn van de crisis leverden steden en gemeenten mirakelwerk. Niet alleen om de talloze sanitaire regels pragmatisch toe te passen, maar ook in (tijdelijke) herinrichtingen van de publieke ruimte voor fietsers, voetgangers, spelende kinderen, sportende jongeren, winkelpubliek of terrasbezoekers. Vaak resulteerde het in een herverdeling van de publieke ruimte: minder verkeersruimte, meer verblijfsruimte. Brussel schilderde bijvoorbeeld veertig kilometer extra fietspad. En ook lokale besturen creëerden publieke ruimte, onder andere door natuurgebieden toegankelijk te maken. Het vergde creativiteit en innovatiekracht. Tijdelijke maatregelen zoals dubbelrichtingsfietspaden bleven gewoon bestaan. In Turnhout creëerde de tactische uitrol van ‘ontmoetingsbanken’ initieel extra ontmoetingsruimte tijdens de coronacrisis, nu zijn ze van structurele en blijvende waarde in de stad. In het begin van de pandemie maakte Leuven quasi de volledige binnenstad fietszone. Vandaag is de fietszone bestendigd, tezamen met veel tijdelijke fietsenstallingen.
Publieke ruimte adaptiever en flexibeler maken
De coronacrisis toonde onmisbaar zwakke plekken, ook in de publieke ruimte. Steden en gemeenten slaagden er wel in de publieke ruimte te heroveren, te herschikken en te herwaarderen via kleinschalige ingrepen. Dit toont aan dat onze publieke ruimte al een behoorlijke mate van flexibiliteit heeft, maar een té krap bemeten publieke ruimte vergroot je niet zomaar. Goed ontwerp moet zorgen voor een publieke ruimte die adaptief en flexibel is, naargelang de omstandigheden er- om vragen. Dergelijke publieke ruimte laat een multifunctioneel gebruik toe en tolereert tijdelijke zaken. Een publieke ruimte moet pieken van drukte én rust kunnen opvangen. Een gezonde publieke ruimte blinkt ook uit in ‘health in all policies’ door te verkoelen, te beveiligen, jong en oud te laten bewegen. Tegelijkertijd moeten we waakzaam zijn voor excessen, zoals een te grote privatisering van publieke ruimte door bijvoorbeeld horecaterrassen. Hans Leinfelder vreest dat die privatisering kan raken aan de essentie van publieke ruimte, met name als essentiële maatschappelijke plaats waar je zo weinig mogelijk beperkingen oplegt, zodat verschillende sociale groepen er elkaar kunnen ontmoeten en leren begrijpen1.

Levendige 15-minuten buurten
Vanzelfsprekend beperkte de impact van de coronacrisis zich niet tot de publieke ruimte. De crisis verscherpte socio-economische ongelijkheden, vooral (uitgeleefde) buurten met te kleine, maar overvolle woningen of lage woningkwaliteit waren zwakke plekken. Anderzijds toonde een aantal buurten zich zeer veerkrachtig. Er zijn heel wat indicaties dat nabijheid een enorm voordeel was tijdens de pandemie. Planners houden daarom pleidooien voor 15-minutenbuurten. Inwoners van dergelijke buurten hebben hun dagelijkse voorzieningen op loopafstand. Nabijheid en walkability zijn dan sleutelwoorden om buurten te creëren die levendig, aangenaam, duurzaam en gezond zijn. In buurten waar bewoners beschikken over een beperkte eigen woonruimte, kunnen gedeelde ruimtes voor hobby’s, thuiswerk en huiswerkruimtes worden bijgecreëerd. In Turnhout vergrootte de coronacrisis een aantal problematieken uit op vlak van sociale verbondenheid en publieke ruimte. Dit leidde tot een vernieuwende aanpak voor het stadshart met aandacht voor buurtgroen en ontmoetingsplekken.
Nabijheid in een 15-minutenbuurt gaat ook over nabijheid van groene (park)ruimte, stilte, water, voedselparken of luwteoases. Groenblauwe dooradering in ieders nabijheid is cruciaal gebleken tijdens de pandemie, zeker in buurten met weinig private binnen- en buitenruimte. Onderzoek toont aan dat groenblauwe dooradering bijdraagt aan gezondheid, maar eveneens aan meer ecosysteemdiensten, biodiversiteit of klimaatbestendigheid. De stad Leuven kocht begin 2020 de vijvers van Bellefroid en stelde de zuidelijke vijver open voor het publiek.
De coronacrisis deed heel wat trends versnellen en laat ons achter met een zoektocht naar een beter normaal
Duurzame herontwikkeling van monofunctionele gebieden aan invalswegen
De coronacrisis maakte duidelijk dat grote monofunctionele omgevingen zoals shoppinggebieden en kantoorwijken tijdelijk verlaten waren. In de toekomst kunnen strategisch gelegen monofunctionele gebieden getransformeerd worden naar multifunctionele en verweven locaties die op een duurzame manier verbonden worden met hun omgeving (fietsroutes, openbaar vervoer…). Minder goed gelegen monofunctionele gebieden kunnen herbestemd worden met aandacht voor de integratie van groenblauwe netwerken.
De pandemie mag zeker niet de maatstaf voor morgen zijn, een publiek domein waarin we anderhalve meter afstand kunnen houden vraagt immers heel wat bijkomende ruimte. Tegelijk bracht de coronapandemie een momentum met zich mee om de normale gang van zaken even in vraag te stellen. Het is belangrijk om bij de terugkeer naar het normaal de leerpunten te blijven herhalen. Zij bieden antwoorden op de aankomende gekende, maar ook ongekende crisissen, of het nu gezondheids-, economische of sociale crisissen zijn.
Meer informatie












Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.