J. Bebronne, A. Portois, UIA – A Place to Be-Come Seraing, leden van het Collectief 11h22
Steden zijn levende organismen die zich organiseren in functie van de leef- en werkgewoonten van hun bewoners. Ze vervellen op het ritme van de tijd en van sociaal-culturele veranderingen. Net zoals insecten verschillende gedaantewisselingen doormaken, worden steden gebouwd en herbouwd om telkens als nieuw herboren te worden. Deze transformaties zijn het resultaat van zowel individuele beslissingen als van grote, collectieve trends – waaronder masterplannen en andere planningsinstrumenten die meerdere jaren en zelfs decennia kunnen bestrijken.
Tactische of proefstedenbouw
Tijdens zo’n metamorfose kunnen bepaalde plekken een tijdlang onaangeroerd blijven. Van het moment waarop al dan niet de beslissing om te ontwikkelen genomen wordt om te ontwikkelen, tot aan de implementatie van de plannen. Bij deze ontwikkelingsmechanismen neemt men verschillende tijdskaders in acht, zoals prospectie- en conceptfasen. Vandaag last men steeds vaker experimentfasen in. Deze fasen laten toe om flexibel in te spelen op nieuwe bestemmingen en te werken in functie van stedelijke transformatie en de gedragswijzigingen die daaruit voortvloeien.
Hiervoor staan verschillende instrumenten ter beschikking. Zo kan tactische of proefstedenbouw ingezet worden om nieuwe gebruiksopties voor de publieke ruimte te testen gedurende een zeer korte periode. Op die manier kan de uiteindelijke oplossing optimaal gefinetuned worden. We denken daarbij aan de COVID-trajecten, die tijdens de lockdowns werden uitgestippeld om nieuwe fietsroutes te testen. Of aan de aanleg van openbare pleinen in Lyon, waar toekomstige gebruikers via markeringen op de grond mogelijke locaties kunnen afbakenen en waar testmeubilair wordt geïnstalleerd. We vermelden hier ook de tijdelijke bezettingvan ruimten – voor bepaalde of onbepaalde duur – die plaats bieden aan functies en bestemmingen. Ze blazen zo locaties tijdelijk nieuw leven in, in afwachting van een definitieve bezetting. Tot slot wordt in wijken die een verandering meemaken ook de term transitieplanning gebruikt. Die vewijst naar ontwikkelingen die gepaard gaan met die transitie en die kaderen in een voorafbeelding van toekomstige projecten.
Toekomstscenario’s testen
Als stichtende leden van collectief 11h22 hebben we een aantal van deze praktijken in the field kunnen testen. Het doel van ons collectief is om sociale innovatiepraktijken te ontwikkelen via burgerparticipatie. Gedurende twee jaar hebben we een gebouw bezet dat ons ter beschikking werd gesteld door een privé-eigenaar in de buurt van het braakliggende terrein van Bavière aan de Quai de la Dérivation in Luik. We wilden onderzoeken welke praktijken er kunnen ontstaan op het gelijkvloers van een leegstaand gebouw, wanneer het vrij beschikbaar was voor burgers, creatieve professionals en projectleiders. En dat slechts tijdelijk, in afwachting van een nieuwe ontwikkeling in de wijk. We gaven dit experiment de naam 54 Dérivation. Het leek ons erg zinvol toekomstscenario’s te testen in een wijk die momenteel ingrijpende stedelijke veranderingen meemaakt.
Verder stroomopwaarts langs de Maas, in Seraing, sloegen we ook tijdelijk onze tenten op. We deden dat in het voormalige gemeentehuis van Ougrée, een plaats met een rijke geschiedenis. Het gebouw wachtte op een volledige renovatie en werd daarom tijdelijk opnieuw in gebruik genomen. De tijdelijke bezetting toonde aan dat dit administratieve gebouw snel een andere bestemming kon krijgen door onderdak te geven aan sociale en culturele initiatieven. Een nieuw stadsfestival heeft er nu zelfs zijn intrek genomen.
Tijdens onze Maascruise gingen we in 2022 aan land in het centrum van Seraing, in het kader van het Europese project A Place to Be-Come, dat tot doel heeft wijken nieuw leven in te blazen. Het projectteam nam toen tijdelijk intrek in een leegstaand pand, om er een testruimte in te richten die door burgers kon worden ingenomen. Het doel was samen dingen doen. In deze Ruche à Projets (kweekserre voor projecten) kwamen een heleboel initiatieven tot stand die rechtstreeks gebaseerd waren op voorstellen van buurtbewoners. Uit deze bezetting groeide een werkmodus, waarbij de eigenaar van het pand niet langer verantwoordelijk is voor het opzetten van activiteiten. Hij neemt eerder de rol van vertrouwenspersoon op, die bezettingsinitiatieven ten voordele van de buurt laat bloeien.Dit vroeg om een ingrijpende mentaliteitsverandering, waarbij institutionele actoren niet langer het gebruik van de ruimte konden bepalen, maar bewoners moesten begeleiden bij het opstarten en organiseren van hun eigen activiteiten.
Vandaag wordt dit actiemodel ook toegepast in het Maison du Peuple, in de wijk Molinay. Deze paradigmashift betekende dat er een aantal wijzigingen moesten doorgevoerd worden om tot een collectief beheer te komen. Er wordt nu een gezamenlijk bestuurmodel getest om de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende belanghebbenden uit te klaren.
Plekken tot leven brengen
Door leegstaande ruimten in te nemen en door ons in wijkkernen te vestigen om er het sociale weefsel te herstellen, brengen we deze plekken weer tot leven. We verbeteren hiermee ook het beeld dat onze leefomgeving uitstraalt. De buurt krijgt nieuwe kansen. In sommige gevallen kunnen we nieuwe praktijken testen, in vraag stellen en ermee experimenteren, om zo de toekomstige ruimte beter te ontwerpen en in te richten. Anderzijds weten we uit ervaring dat deze bezette plekken ook nieuwsgierigheid wekken, dat ze nieuwe referentiepunten vormen die uitwisseling aanmoedigen en een reële impact hebben op de levenskwaliteit van de bewoners.
In onze pogingen om de steeds veranderende sociale uitdagingen het hoofd te bieden, is het quasi onmogelijk om alles programmatorisch onder controle te houden. Er bestaat echter ook een ander scenario, een dat de zaken bottom-up laat ontluiken. Dit gebeurt door bewoners te betrekken bij de zoektocht naar en het creëren van gastvrije plekken. Dat is misschien ook de reden waarom tijdelijke bezettingen steeds vaker deel uitmaken van het officiële ruimtelijke transitiebeleid in buurten waar het vaak ontbreekt aan ontmoetingsruimten.
Ongebruikte plekken als heilzame dynamiek
De druk op grondgebruik kan latentietijden verkorten, waardoor het gemakkelijker wordt om deze dynamiek te integreren in stedelijke transitieprojecten. Deze praktijken zijn nog lang niet de norm in Wallonië. Gebouwen, grote braakliggende terreinen en zelfs hele wijkblokken bestemd voor herontwikkeling raken in verval tijdens de wachtperiode waarin de definitieve projecten op poten worden gezet, vooraleer ze effectief worden uitgevoerd. En toch kunnen deze ongebruikte plekken een heilzame dynamiek opwekken – zoals in Brussel het See U-project of de Communa-initiatieven aantonen. Die dynamiek zou een goedkopere toegang tot ruimten vergemakkelijken en de vorming mogelijk maken van gemeenschappen georganiseerd rond waarden als common goods. Dat is een cruciaal concept voor ruimtelijk planners die willen werken aan de sociale cohesie binnen het territorium en daarvoor de oneindige rijkdom van het menselijk patrimonium willen valoriseren.
Meer info :









