Evert Vandeweghe en Leni Thiers, Agentschap Onroerend Erfgoed
Het agentschap Onroerend Erfgoed werkt sinds 2020 aan een herwaardering van historische windmolens in Vlaanderen. Een belangrijk onderdeel hiervan is het garanderen van de windvang. Die is immers cruciaal voor de werking, de erfgoedwaarde en de beleving van die molens. Ook openbare besturen kunnen hun steentje bijdragen om windmolens draaiende te houden.
Eén van de meest tot de verbeelding sprekende erfgoedtypes in het Vlaamse landschap zijn historische windmolens. Vlaanderen is niet alleen de bakermat van de windmolen, maar bewaart ook nog een heel divers windmolenerfgoed. Waar windmolens in Nederland vaak kaderen in de waterhuishouding, zijn windmolens in Vlaanderen vooral ingezet voor het malen van granen – tot bloem, meel, dierenvoeder,… – en het slaan van olie. Vandaag telt Vlaanderen nog een 140-tal historische windmolens die windmaalvaardig zijn. Dit draaien en malen ondersteunt niet alleen de erfgoedwaarde, het draagt ook bij tot de beleving en het behoud. Draaiende molens worden immers beter onderhouden en zijn minder onderhevig aan vocht en insecten, door trillingen en ventilatie.
De laatste jaren is er vanuit de aandacht voor de korte keten een hernieuwde belangstelling voor bloem en meel van traditionele windmolens. Naast hun lage ecologische voetafdruk, wordt ook de kwaliteit van het product benadrukt. Doordat graankorrels in hun geheel maar ook veel trager worden verwerkt dan in een industriële maalderij, blijft de voedingswaarde optimaal behouden. Het aantal professionele molenaars is beperkt en zij zijn vooral actief op watermolens, omwille van de meer betrouwbare waterkracht. Maar er zijn ook een 300-tal vrijwillige molenaars actief op wind- en watermolens. Demolenaarscursussen van Molenforum Vlaanderen en Levende Molens vzw zijn steevast volzet. Een korte rondvraag leert dat een 35-tal traditionele windmolens in Vlaanderen regelmatig bloem malen voor menselijke consumptie.

Sinds het laatste kwart van de 20ste eeuw wordt vanuit de erfgoedzorg volop ingezet op het terug maalvaardig maken van windmolens
Windvang onder druk
Een belangrijke uitdaging voor die molenaars in het dichtbevolkte Vlaanderen is de windvang, de mate waarin een molen met zijn wieken voldoende en gelijkmatige wind kan vangen. Obstakels in de omgeving van een molen – zoals gebouwen of bomen – kunnen de windvang hinderen. De wind verliest aan snelheid en de turbulentie neemt toe, wat leidt tot respectievelijk een verminderd vermogen en versnelde slijtage of schade. Obstakels tot 400 meter ver hebben impact op de werking van de molen. Cruciaal is dat in een zone van 100 meter rond de molen bebouwing en beplanting onder de wieken blijft, op zijn minst aan de zijde van de windaanvoer (meestal het zuidwesten) en windafvoer – een zogenaamde windcorridor.
Tijdens het Ancien Regime stonden molens vaak net buiten het dorpscentrum of in een agrarische omgeving en molenaars konden windvang afdwingen op basis van een feodaal recht. Na de Franse Revolutie ging deze publiekrechtelijke bescherming echter verloren. Door de groei van onze dorpen en de concurrentie van andere (gemotoriseerde) drijfkrachten, werd de windvang van de circa 2.000 windmolens in Vlaanderen tijdens de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw dan ook meer en meer aangetast door bebouwing en beplanting. Sinds het laatste kwart van de 20ste eeuw wordt vanuit de erfgoedzorg volop ingezet op het terug maalvaardig maken van windmolens. Dit omvat soms ingrijpende werken aan de molen om de aangetaste windvang te compenseren, zoals technische aanpassingen aan de wieken en het ophogen of zelfs verplaatsen van de molen. Helaas gaat dit vaak ten koste van de erfgoedwaarde. Het controleren van de bestaande omgeving van de molen is dan ook veruit te verkiezen. In het verleden ondersteunde de Vlaamse overheid dit soms door een bescherming van die omgeving als dorpsgezicht of als cultuurhistorisch landschap. Het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 voorziet hiervoor in een specifiek instrument: de overgangszone. Dit is een afgebakende zone rond beschermd erfgoed, waarin bepaalde voorschriften gelden die de erfgoedwaarde ondersteunen. Momenteel wordt als proefproject voor een tiental windmolens – waaronder de Stenen Molen van Oelegem in Ranst – zo’n overgangszone voorzien.
Ook lokale overheden – die eigenaar zijn van bijna alle windmaalvaardige molens – kunnen deze windvang mee helpen vrijwaren. Stedenbouwkundige voorschriften of een verfijning van ruimtelijke bestemmingen in ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUPs) zijn één mogelijkheid, op voorwaarde dat deze duurzaam zijn en dat er een strikte controle en handhaving is. Men kan ook rekening houden met windvang bij het al dan niet verlenen van vergunningen en bij stedenbouwkundige verordeningen. Maar ook als beheerder van het openbaar domein kunnen lokale besturen invloed hebben op de windvang. Hierbij kan gedacht worden aan ingrijpende werken zoals de aankoop en heraanleg van aanpalende gronden, maar ook kleinere ingrepen kunnen een grote impact hebben Voorbeelden van zulke kleinere ingrepen zijn het gericht kappen of snoeien van beplanting langs wegen. Molens staan immers vaak aan een kruising van wegen die als windcorridor kunnen dienen.
Voorbeeldprojecten Bij de Scherpenbergmolen in Malle kocht Stichting Kempens Landschap in 2005 samen met het lokaal bestuur een aanpalende vergunde verkaveling op. Op deze percelen groeien historische graansoorten, waardoor deze molen toch een agrarische context behoudt in het uitdijende dorp van Westmalle. Een gelijkaardige invulling wacht het grasveld bij de molen In Stormen Sterk van Lille (Gierle). Kempens Landschap heeft daar ook in 2005 samen met het gemeentebestuur de molen met bijhorend terrein verworven. Na de maalvaardige restauratie van de molen een tiental jaar geleden borrelden ideeën op voor de invulling van dit grote terrein. Met LEADER-subsidies komt er de komende jaren een onthaalgebouw met bakoven om het meel van de molen tot ambachtelijk brood te bakken. Het verdere terrein krijgt een ecologische invulling, met onder meer historische graansoorten. De wens van de gemeente Lille om ook bomen op het domein in te brengen zonder de windvang te verstoren, is opgevangen door de aanplant van knotbomen.
Ook andere molenbeheerders zetten graag in op vergroening van de directe omgeving van de molen, vaak in combinatie met oude ambachten. Zo beheert Heemkring De Brakken al jarenlang de molen van Oelegem op vraag van het gemeentebestuur van Ranst – sinds kort ook in samenwerking met Kempens Landschap. Zij willen het molenerf als heemsite laten uitgroeien met actieve beoefening van verschillende ambachten. Een bakoven werd al gerealiseerd en een smidse is gepland, maar beide gebouwen zijn qua inplanting en hoogte aangepast aan de windvang. Daarnaast zijn er historische fruitsoorten teruggebracht met de aanplanting van enkele lage fruitbomen.
De Keesesmolen in Kasterlee heeft jarenlang weinig gedraaid door een te slechte windvang. Toen de gemeente de molen verwierf in 2011 – als eerste stap naar een maalvaardige restauratie in 2020 – daagde het besef dat zonder windvang de molen nooit zou kunnen malen. Een eerste actie, nog voor de start van de restauratie in 2018, was dan ook het omzetten van een nabijgelegen bos naar hakhoutbeheer. Dit beheer als hakhout is bestendigd in de inrichtingsvisie uitgewerkt door het Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete in opdracht van het gemeentebestuur. In deze inrichtingsvisie zijn nog bijkomende ingrepen voor de verbetering van de windvang opgenomen op het openbaar domein, zoals het rooien van verschillende bomen en het omzetten van enkele beboste zones naar een hakhoutbeheer. Daarnaast voorziet de inrichtingsvisie ook de aanplant van nieuwe bomen op het heemerf, op respectabele afstand van de molen en zijn wieken.
Windvang vraagt de inzet en ondersteuning van heel wat medewerkers binnen een lokaal bestuur

Besluit
Het goed beheer van het openbaar domein met oog voor de windvang vraagt de inzet en ondersteuning van heel wat medewerkers binnen een lokaal bestuur : de omgevingsambtenaar vanuit zijn beoordeling van vergunningsaanvragen, de dienst patrimoniumbeheer voor de werken aan gebouwen in de omgeving van een windmolen, de groendienst bij het beheer van openbaar groen. Een erfgoedbeheersplan met aandacht voor de windvang kan hierbij al richting geven. Een concrete inrichtingsvisie is uiteraard nog duidelijker voor het beheer van dergelijk domein. Maar de eerste stap blijft het sensibiliseren en betrekken van alle betrokken actoren om binnen hun werk aandacht voor de windvang te integreren.
Meer informatie
Afwegingskader voor niet-bebouwde ruimte in beschermde erfgoedsites, Agentschap Onroerend Erfgoed, 2020. https://doi.org/10.55465/WASU9520
Tussen hemel en aarde. Een herwaardering van het windmolenerfgoed in Vlaanderen, Agentschap Onroerend Erfgoed, 2021. https://doi.org/10.55465/WXDM2382












Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.