Jeroen Camerlinckx, Sweco Belgium – Division BUUR
In het monumentale landschap van het Groot Schijn is een parkruimte gerealiseerd die gedeeld wordt ingezet voor ecologie en gemeenschapsleven. Het landschapspark Groot Schijn biedt ruimte voor natuur in een netwerk van groene voegen en voor bezoekers in een veelheid van – recreatieve – programmakamers.
Het project is de ruimtelijke vertaling van het ruimtelijk uitvoeringsplan en masterplan Ruggeveld – Boterlaar – Silzburg opgemaakt in 2010. Het project kent een lang voortraject waarbij in een uitgebreid participatief proces een breed draagvlak wordt gecreëerd.
Uitgangshouding voor het plan is de lineaire opzet van de Schijnvallei; een groene vinger in een verstedelijkte omgeving. De Schijnvallei biedt mogelijkheden. De hoofdlaan in Rivierenhof stopt vandaag ter hoogte van het projectgebied. Het transparant houden van de groene vinger vraagt om scherpe, zichtbare verbindingen. De parkboulevard van Rivierenhof wordt daarom in Park Groot Schijn doorgetrokken en dooradert een sequens van groene werelden. Het profiel van de centrale heeft dan ook een statige allure -het tracé kent een recht, breed verloop-, de uitwerking is echter verschillend.
Het ontwerpvoorstel focust op het concept van voegen en kamers. De zorgvuldige inplanting van de kamers levert maximale voegruimte. Het samenspel van voeg en kamer wordt tot in het detail uitgewerkt. Zachte overgangen geïntroduceerd. Geleidelijkheid speelt een grote rol. Er moet plaats zijn voor poëtische én symbolische kwaliteiten. Het park hoort tot de verbeelding te spreken, de fantasie te prikkelen.
De voegen zijn de functionele dragers, de grote lijnen waarlangs de ruimtelijke invulling en verbeelding plaatsheeft en de meest constante factor in het park. Binnen dit kader vindt een invulling van activiteiten plaats die in de tijd variabel kunnen zijn. In de tweede plaats is de structuur de beelddrager. Structuur en beeld van de voegen spelen dan ook een grote rol bij de beleving van het park. De groene voegen geven dikte aan de looplijnen en zijn vergezeld van solitaire bomen. Het beeld van het maaiveld is eenvoudig. Een drieledige grasrijke vegetatie vormt de bouwsteen van het gedrapeerde canvas. Zachte glooiingen houden het regenwater vast of voeren het af richting Het Schijn.
De parkactiviteiten vormen dan weer de kamers, uitgeholde lege plekken tussen de voegen. De kamers hebben een eigen schaal en architectonische dimensie gekregen. Een veelheid van stammen met hoge kruinen creëren rondom de kamers groene kaders. Terwijl de kamers een harde en geometrische omkadering hebben, verbeelden de bomen in de voegen de parkachtige ruimte.
Paden spreiden zich uit in alle windrichtingen, verbinden het park met de stad, de stadsrand en de omringende wijken. De oostwest route in het verlengde van Rivierenhof is de ruggengraat. Een hiërarchie wordt geïntroduceerd, waarbij het secundaire noordzuid padennetwerk zigzag loopt. Entrée-pleinen ontsluiten de parkprogramma’s en de clublokalen.
Het verdiepte parkplein verleent de plek de nodige centra- en theatraliteit zonder het beeld van de voegen te verstoren. Het parkplein werkt op verschillende schaalniveaus: het zoekt aansluiting bij zowel de ‘stedelijke’ voegen als de ‘landelijke’ cluster Master Schmidt Hoeve. In de winter wordt ‘den bak’ een ijspiste.
