De instrumentenkoffer landinrichting van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM)

De instrumentenkoffer landinrichting van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM)

Juul Adriaens en Peter De Graef, Vlaamse Landmaatschappij

Open ruimte is van levensbelang. We hebben de open ruimte nodig voor voedselvoorziening en om onze biodiversiteit veilig te stellen. Open ruimte verzacht de effecten van de klimaatverandering, ze voorziet buffercapaciteit voor het tekort of het teveel aan water en schenkt ons momenten van rust en stilte. Het is een ontmoetingsplek als tegengewicht voor het drukke leven.

Als overheid wil je de open ruimte goed inrichten en beheren met het algemeen belang voor ogen. Je wilt bijvoorbeeld een dorpscentrum verbinden met een groenzone, een échte oplossing bieden voor dreigende wateroverlast in woonzones, groenblauwe netwerken herstellen (ook tot in de woonkernen) of landbouwbedrijven verplaatsen naar gebieden waar ze zich verder duurzaam kunnen ontwikkelen.

Eigendom en beheer van de open ruimte zijn echter sterk versnipperd. Dat maakt het vaak lastig om er maatschappelijke doelen te realiseren. Je hebt als overheid soms stevige wettelijke mogelijkheden nodig om in te grijpen tot op het niveau van individuele eigendom en individueel gebruik.
Die wettelijke mogelijkheden bestaan. Het decreet landinrichting van 28 maart 2014 voorziet een ‘instrumentenkoffer’, waarmee je als Vlaamse overheid, als gemeente- of provinciebestuur je ruimtelijk beleid concreet kunt vormgeven. De instrumenten landinrichting zijn precies ontworpen om bij complexe ruimtelijke uitdagingen oplossingen op maat uit te werken.

Landinrichting spoor 1
Soms is dat via landinrichtingsprojecten. Als je gemeente of provincie binnen de grenzen van een landinrichtingsproject ligt, kun je actief én met subsidie aan allerhande initiatieven meewerken om de open ruimte te versterken. Landinrichtingssubsidies zijn er voor de realisatie van projecten van strategisch belang op Vlaams niveau. We spreken dan van landinrichting spoor 1. In het kaderstuk over het landinrichtingsplan Woluwe-Trawool-Floordambos geven we een voorbeeld van inzet van erfdienstbaarheden uit kracht van wet, een instrument uit de instrumentenkoffer.

Landinrichting spoor 2
Soms gebeurt de inzet van de koffer via een inrichtingsnota. Je kunt als lokale, provinciale of Vlaamse overheid de instrumenten landinrichting zelf inzetten zonder een landinrichtingsproject, maar met een inrichtingsnota als wettelijke basis. In die nota zet je een duidelijke visie om in een concreet plan met maatregelen, leg je vast welke instrumenten je daarbij gaat inzetten en bepaal je wie financiert. De VLM speelt dan een begeleidende rol bij de opmaak van de inrichtingsnota en kan de uitvoering op het terrein (deels) op zich nemen tegen vergoeding. We spreken dan van landinrichting spoor 2. De tekst over de inrichtingsnota Kwetshage gaat dieper in op de keuze van de instrumenten die ingezet worden voor de realisatie van dit project.

Voor meer info over de instrumentenkoffer: zie www.vlaanderen.be/publicaties/de-instrumenten-landinrichting 

Actueel: de impact van het Instrumentendecreet

Op 24 mei 2023 keurde het Vlaams Parlement het Instrumentendecreet goed. Het Instrumentendecreet zorgt voor de harmonisering van een aantal instrumenten, zoals de compenserende vergoedingen – o.a. planschade en kapitaalschade – en de koopplichten die voorkomen in het decreet Natuurbehoud, het decreet Integraal Waterbeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet Landinrichting.

Daarnaast worden er door het decreet instrumenten in de instrumentenkoffer van landinrichting aangepast. Zo wordt de herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil aangepast naar herverkaveling uit kracht van wet met een ruimtelijk uitvoeringsplan en wordt een projectmatig recht van voorkeur toegevoegd.
Het Instrumentendecreet geeft ook bijkomende opdrachten aan de landcommissies. Het gaat daarbij voornamelijk over de berekening van de eigenaarsvergoedingen – zoals planschade en kapitaalschade – en gebruikersvergoedingen – zoals gebruikerscompensatie.

Alle instrumenten uit de koffer zijn terug te vinden op de publicatiedatabank van de Vlaamse overheid. De dienst Platteland en Ontwikkeling van de VLM geeft ook graag meer uitleg over de mogelijkheden van de koffer binnen spoor 2-projecten.

Case 1, een spoor 1-project
Woluwe-Trawool-Floordambos, erfdienstbaarheden tot openbaar nut met inrichtingswerken uit kracht van wet in functie van missing links

Een volledige groene ring rondom het sterk verstedelijkte Machelen lijkt misschien utopisch, toch werken daar verschillende partners aan. Aan de noordoostzijde van de gemeente bebost het Agentschap Natuur en Bos (ANB) daarvoor een grote bufferzone. Het maakt deel uit van een lange wandellus van acht kilometer in het groen rondom Machelen.
Om de wandelverbinding door die bosbuffer te leggen, moet er op sommige plaatsen over private percelen worden gegaan – heel vaak de randen van akkers. ANB heeft het merendeel van die stukken al kunnen inrichten, maar keek voor de missing links naar de VLM.

Om de missing links te kunnen opnemen in de routes, koos de VLM ervoor het instrument erfdienstbaarheden tot openbaar nut uit kracht van wet in te zetten. Dat instrument laat toe een erfdienstbaarheid te leggen op gronden die in particulier bezit blijven. De VLM betaalt voor het venale waardeverlies van die grond aan de eigenaar en/of gebruiker dan een bepaalde som. De grond blijft daarbij in eigendom van de eerdere eigenaar, maar recht van doorgang wordt er wettelijk verankerd. Hierdoor is de continuïteit voor de wandelpaden gegarandeerd.

De inzet van dit instrument wordt zorgvuldig voorbereid. Beperken van mogelijkheden op private grond is immers nadelig voor lokaal draagvlak. In dit project was al meer dan 85% van de lange wandeling rondom Machelen vrij voor doorgang.
Tijdens een openbaar onderzoek kan de eigenaar ook beroep aantekenen. Dat wordt onderzocht en in het project Woluwe-Trawool-Floordambos werd in een specifiek geval ook rekening gehouden met het beroep van de eigenaar.

Case 2, een spoor 2-project
Kwetshage, herverkaveling uit kracht van wet in functie van rietmoeras

Om de verdere uitbreiding van de Achterhaven van Zeebrugge mogelijk te maken, moet ongeveer 400 ha waardevolle natuur gecompenseerd worden. De natuur die verdwijnt in de Achterhaven van Zeebrugge moet in andere gebieden in de ruime omgeving van de haven nieuw gecreëerd worden. In 2005 werd gestart met de realisatie van deze natuurcompensaties.

Een belangrijk deel van de natuurcompensaties wordt gerealiseerd in het gebied Kwetshage. De voornaamste doelstelling in dit gebied is de ontwikkeling van ruim 45 ha rietmoeras en 15 ha poldergrasland. Een doorgedreven vernatting van het gebied is noodzakelijk om deze natuurdoelen te kunnen realiseren.

Hiervoor was de verwerving van het volledige projectgebied door de Vlaamse Overheid noodzakelijk, het ging over ongeveer 90 ha. Sinds 2005 werden gronden uitgeruild door de lokale grondenbank van de VLM, terwijl het Agentschap voor Natuur en Bos rechtstreeks gronden in het gebied heeft aangekocht. Ongeveer 80% van de gronden binnen het projectgebied zijn op deze manier op vrijwillige basis verworven.

Het bleek echter niet mogelijk om de overgebleven gronden in privé-bezit op korte termijn in eigendom van de Vlaamse Overheid te krijgen. De minister bevoegd voor Omgeving en Natuur gaf de VLM daarom in 2017 de opdracht om een inrichtingsnota op te maken. In deze inrichtingsnota ging de VLM door middel van een instrumentenafweging na welke instrumenten landinrichting het meest geschikt waren om op korte termijn de doelstelling in het projectgebied Kwetshage te realiseren. Wanneer instrumenten landinrichting worden ingezet door middel van een inrichtingsnota, spreken we van een spoor 2–traject.

Uit de instrumentenafweging kwam de herverkaveling uit kracht van wet als meest geschikte instrument naar voren. De inzet van dit instrument laat toe om binnen een welomlijnd, wettelijk kader verplichte grondruilen uit te voeren. Eigenaars en gebruikers worden geruild naar percelen die gelegen zijn buiten het projectgebied en die eigendom zijn van de Vlaamse Overheid. De Vlaamse Overheid wordt dan op haar beurt eigenaar van de geruilde percelen binnen het projectgebied. Er wordt nauwlettend gekeken dat de eigenaars na de ruil een gelijkwaardige eigendom krijgen en dat de gebruikers gronden krijgen die op eenzelfde wijze kunnen ingezet worden op hun landbouwbedrijf. In de herverkaveling werden 18 eigenaars en 18 gebruikers betrokken.

De herverkaveling uit kracht van wet maakt het voor de Vlaamse Overheid mogelijk om zonder grondverlies voor betrokken eigenaars en gebruikers toch een groot aaneengesloten gebied volledig te verwerven, zodat natuurdoelstellingen kunnen gerealiseerd worden. Het was de allereerste keer dat dit instrument landinrichting in Vlaanderen werd ingezet. Het decreet landinrichting uit 2014 biedt hiervoor de basis. De Landcommissie West-Vlaanderen voerde de herverkaveling uit.

De herverkavelingsakte werd verleden op 9 december 2020. Na de herverkaveling kwam het volledige projectgebied Kwetshage in eigendom van de Vlaamse Overheid en kon de voorbereiding van de inrichting van het rietmoeras aangevat worden. In maart 2022 werd de start gegeven van de inrichtingswerken.  De inrichtingswerken zullen – naar schatting – in 2025 afgerond worden en dan kan het gebied zich verder ontwikkelen tot waardevolle natte natuur.

Meer informatie

https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/32183

https://www.youtube.com/watch?v=-3QivJHaLqg