Ruimtelijke ordening en toerisme:dubbele motor voor de vernieuwing van het waterfront in Le Havre.

Ruimtelijke ordening en toerisme:dubbele motor voor de vernieuwing van het waterfront in Le Havre.

Michel Colon, verslaggever stedenbouw, Unie Der Belgische Journalisten En Toeristische Schrijvers (UBJET)

Toerisme en ruimtelijke ordening zijn lang volslagen onbekenden voor elkaar geweest. Maar daar komt vandaag verandering in. Door het groeiende belang van de toerismesector raken ze hoe langer hoe meer met elkaar verstrengeld. Niet alleen in België, maar ook in het buitenland.

De stad Le Havre ligt in het departement Seine Maritime in het noordwesten van Frankrijk. Ze werd na de Tweede Wereldoorlog volledig heropgebouwd volgens plannen van de architect Auguste Perret. In de voorbije jaren is de stad aan een ingrijpende transformatie begonnen, waaronder de heraanleg van het waterfront over een afstand van zowat vier kilometer, vanaf de Quai Southampton tot Sainte Adresse. Deze heraanleg verloopt in verschillende fasen. De eerste vernieuwingsfase van de Quai Southampton startte in 2018 door de Franse landschapsontwerper Michel Desvigne, met de hulp van een multidisciplinair team.

De opwaardering van de publieke ruimten langs het waterfront kadert in de ambitie van Le Havre om de haventerreinen (voormalige parkings en diverse commerciële panden) die de kustlijn ontsierden een nieuwe bestemming te geven. Het geheel bood immers een weinig aantrekkelijk uitzicht voor toeristen en zadelde de stad op met een negatief imago. Iconische plekken op de site, zoals het havenkantoor en de oude ferryterminal Trans-Manche — tegenwoordig gekend als het Port Center — bleven evenwel gespaard.

Waterbuffering en hittebestrijding in de publieke ruimten maakt ons weerbaarder tegen droogte en overstromingen.


Een monumentale cirkelbank

De toeristische aantrekkingskracht van het waterfront verhogen
In het kader van die opwaardering werd de wegenis volledig herwerkt en met bomen afgezoomd. Het bureau van de Belgische architecte en stedenbouwkundige Inessa Hansch – die sinds 2007 in Parijs gevestigd is – ontwierp hiervoor nieuw stadsmeubilair. Daaronder hoort ook een reeks portieken en hekken — waarvan sommige transparant — die naar de zuilengalerijen van architect Perret verwijzen en de grasvelden van de promenade scheiden. Vanop een cirkelvormige bank vóór het MUMA (Musée d’Art Moderne André Malraux) genieten bewoners en toeristen van het uitzicht op de delta. Nu het leven terug een weg vond naar deze plek, heeft de stad zich opnieuw naar de zee gericht en bloeien de handelszaken er terug op.

Op het einde van de zomer van 2022 werd de tweede projectfase ter hoogte van de Boulevard Clémenceau afgerond. Net zoals bij de Quai Southampton kregen het wegennet, de gevels en voorbouwen er een make-over. Landschapsontwerpers gaven het gebied een nieuw uitzicht. Vandaag strekt het waterfront er zich uit over 1,6 km.

Tegen 2026 komt er een doorlopende promenade van vier kilometer, van de wijk Saint-François tot Sainte-Adresse. De stad wil daarmee de afgehaakte toeristen en stadsbewoners terug naar haar verwaarloosde waterfront lokken.

Stedenbouw en toerisme, hand in hand
In onze steden hadden toerisme en ruimtelijke ordening lange tijd geen aandacht voor elkaar. Maar door het groeiende belang van de toerismesector, raken deze twee sferen hoe langer hoe meer met elkaar verstrengeld. Niet alleen in België, maar ook in het buitenland. Lokale overheden hebben nu zowel bewoners als bezoekers in gedachten wanneer ze nieuwe, klimaatbestendige groenruimten creëren. Niet zo verwonderlijk, aangezien de opwarming van onze aarde een urgent pijnpunt is. Waterbuffering en hittebestrijding in de publieke ruimten maken ons weerbaarder tegen overstromingen en droogte.

Nu het leven terug een weg gevonden heeft naar deze plek, heeft de stad zich opnieuw naar de zee gericht en bloeien de handelszaken er terug op

Le Havre – Quai Southampton


De toeristische factor
Voor Céline Casteels, projectverantwoordelijke bij het CITW (Centre d’Ingénierie Touristique de Wallonie) moeten onze steden vandaag voldoende aandacht besteden aan toerisme, zonder de bewoners daarbij te benadelen.

Casteels: “Toerisme speelde tot nu toe slechts zelden een rol in onze ruimtelijke ordening. Dat is best vreemd wanneer je beseft hoezeer deze twee thema’s op elkaar kunnen inspelen. City-toerisme steunt vooral op het stedelijk patrimonium en – meer algemeen – op de sfeer die een stad ademt. Die sfeer heeft zowel met tastbare elementen (patrimonium, toegankelijkheid, publieke ruimten, …)  als met minder tastbare zaken (diensten, horeca, onthaalcapaciteit, marketing, …) te maken. Daarenboven wordt het beheer van stedelijke stromen steeds belangrijker: we moeten op dat vlak werk maken van een coherent samenleven van permanente en tijdelijke bewoners. Met andere woorden: van inwoners en toeristen. Wanneer een stad dit doordacht aanpakt, kan het geheel van alle voornoemde factoren zorgen voor langere verblijven en dus ook voor een beter economisch klimaat voor het gebied in kwestie. Het zou dan ook een goede zaak zijn indien projecttrekkers en ruimtelijk planners een toeristische reflectie in hun plannen integreren. Een dergelijke aanpak zorgt op verschillende vlakken ook voor een gezonder leefkader voor de inwoners.”

Meer inlichtingen: https://owt.tourismewallonie.be/telechargement/plans-qualite-territoriaux-boites-a-outils/