Van steen naar groen met een strategisch onthardingsbeleid

Van steen naar groen met een strategisch onthardingsbeleid

Evy De Wilde, Antea Group

Waar liggen de kansen voor een blijvende impact?

We krijgen steeds meer te maken met de negatieve gevolgen van overmatige verharding. Denk maar aan de historische droge zomers en overstromingen van de laatste jaren. Tijdens de meest recente hittegolf bleek verkoeling door extra groen en water binnen het publiek domein dan ook meer dan welkom, maar daarvoor hebben we nood aan ontharding. Hoe kunnen we via het beleid ervoor zorgen dat we minder verharden en meer ontharden?

Vlaanderen is kampioen in verharden. Onze regio behoort tot één van de meest verharde ter wereld. De voorbije zeventig jaar is de verharding in Vlaanderen verdrievoudigd en dat betreft zowel verhardingen op publiek domein als op private eigendom. De hoge verhardingsgraad raakt daarbij heel wat ruimtegebonden urgenties: klimaatadaptatie, hittebestrijding, waterbeheer, vrijwaren van vergroening van de open ruimte, herstel van biodiversiteit, … .

Zowel vanuit Vlaanderen als vanuit de provincies en gemeenten zijn er talloze initiatieven om te ontharden. Soms met heel creatieve namen en slogans, zoals het Kempisch kampioenschap tegelwippen, Van tegel naar egel, Hier dringt het door, Waar een wil is, kan een weg, … . Veel van deze initiatieven zetten in op concrete acties om de oververharding in Vlaanderen aan te pakken. De Vlaamse overheid ondersteunt deze initiatieven met subsidie-oproepen en zet in op ontharding als middel om meer ruimte voor groen en blauw te realiseren. De nadruk van de projecten ligt hoofdzakelijk in het vormen van coalities en het creëren van een hefboomeffect.

Ambitieuze steden en gemeenten steunen niet alleen private onthardingsacties, ze nemen ook zelf initiatieven. Zo worden onthardingsdoelstellingen vooropgesteld bij de heraanleg van het openbaar domein. Dit kan per project – bijvoorbeeld een onthardingsdoelstelling van 30 procent binnen de Gentse projecten Tuinwijk de Warande en Cluster Hertstraat, of het Alfons Smetsplein in Leuven – of op het niveau van de hele gemeente. De stad Gent streeft naar een netto-ontharding van 15 procent van haar openbaar domein en zet in op onthardingsambassadeurs. De stad Leuven maakt een masterplan op met een integrale visie voor de openbare ruimte, zodat de aandacht voor groenblauwe duurzaamheid en gedeeld ruimtegebruik ook zijn weg krijgt naar het bredere publieke domein.

Het onthardingspotentieel is enorm in Vlaanderen en het lijstje van onthardingsinitiatieven wordt steeds langer. Dat is goed nieuws. De vraag is of al deze initiatieven voldoende zijn voor een klimaatrobuust en biodivers Vlaanderen. In tussentijd wordt er niet enkel onthard, de verhardingsgraad blijft toenemen en tegelijkertijd nemen ook de risico’s van klimaatverandering verder toe. Hebben we als overheid geen grotere rol te vervullen?

De voorbije zeventig jaar verdrievoudigde de verharding in Vlaanderen

Heraanleg van het openbaar domein als sleutelmoment
Ontharding hoort het vertrekpunt te zijn van elk project. De overheid kan hier een sturende rol opnemen door haar publiek domein meer te ontharden wanneer heraanleg zich opdringt. Dit wordt als hét sleutelmoment aanzien, waarop structureel moet worden ingezet bij ontharding. Elk plein en elke weg die wordt heraangelegd, is in principe een onthardingsopportuniteit. Hét moment om kostenefficiënt in te grijpen en ook actief te ontharden.  Een mooi voorbeeld is de koppeling van de rioleringsopgave aan ontharding bij de tuinstraten in Antwerpen. Minder verharden zal bovendien in heel wat gevallen kostenbesparend werken. Of waarom bij de heraanleg van de straat niet standaard geveltuinen, groenstroken of ander groen voorzien? Stad Gent past vandaag al zulke principes toe bij de heraanleg van voetpaden die breder zijn dan 80 centimeter. Ook andere steden en gemeenten zetten via diverse reglementen of stedenbouwkundige verordeningen in op ontharden van private voortuinen bij publieke rioleringswerken – vrijwillig en gratis, indien er aan bepaalde kwaliteitsvoorwaarden werd voldaan. Zo worden ook meteen lokale ambassadeurs voor de vergroening van het straatbeeld gecreëerd. Conclusie: infrastructuurwerken creëren een zeer interessant momentum om kostenefficiënt te ontharden. Het vereist wel een sterk publiek ondernemerschap en een goede afstemming tussen de verschillende overheden en infrastructuurbeheerders.

Mobiliteitsingrepen die niet rechtstreeks verbonden zijn aan infrastructuurwerkzaamheden, vormen een ander momentum om aan ontharding te doen. Voorbeelden hiervan zijn snelheidsbeperkende maatregelen of het invoeren van circulatieplannen die routes met éénrichtingsverkeer voorzien. De nieuwe circulatie wordt dan meestal in praktijk gebracht door middel van verkeersborden of het schilderen van een ‘knip’ op de verharde wegenis, terwijl de bestaande wegenis overgedimensioneerd raakt door zijn gewijzigde functie. Ook via het inzetten van nudgingtechnieken kan een positieve mindshift rond ontharden van het publiek domein worden bekomen. Blauwgroene micro-ingrepen – zoals het wegnemen van enkele parkeerstroken en deze inrichten met groenelementen – werken sensibiliserend en stimulerend om zo naar een business-as-usual-praktijk te streven.

Tot slot botst het mobiliteitsbeleid ook op drempels die ontharden of minder verharden bemoeilijken. Het Standaardbestek 250 en verschillende andere vademeca voorzien namelijk minimale richtlijnen die voor juridische bescherming zorgen. Ook subsidies voor fietsinfrastructuur leiden vaak tot te veel wegenis en hebben een nadelig effect op efficiënt ruimtegebruik.

Elk plein dat en elke weg die wordt heraangelegd, is een onthardingsopportuniteit

Strategieën die elkaar versterken

Naar een doeltreffend onthardingsbeleid
Om tot een doeltreffend onthardingsbeleid te komen, moet er gelijktijdig ingezet worden op verschillende fronten. De studie uitgevoerd door Antea Group, Vito Nexus en GSJ Advocaten i.o.v. Departement Omgeving (2023) komt tot vijf strategieën (Figuur 2): 

  1. Zet de verhardingskraan dicht. Procedures en regelgeving zijn vandaag in grote mate afgestemd op verharden en niet op ontharden. Er moet op zowel onthardingskansen als onthardingsrisico’s worden ingespeeld om echt een verschil te maken.
  2. Gebruik sleutelmomenten zoals de heraanleg van openbaar domein of de vergunningverlening als hefboom voor ontharden. Vandaag hangt ontharding nog in grote mate af van pilootprojecten, goede wil en subsidies. Ontharding zou veel sterker gekoppeld kunnen worden aan sleutelmomenten, waarbij minimaliseren en compenseren van verharding een standaardpraktijk zou kunnen worden.
  3. Zet sterker in op koppelkansen. Ontharden is geen doel op zich, het is een tussenstop om andere doelen te bereiken. Beleidsplannen ruimte in combinatie met hemelwaterplannen en ruimtelijke databanken helpen om cruciale onthardingslocaties te bepalen en koppelkansen maximaal in te zetten.
  4. Blijf ontharden stimuleren en faciliteren. Faciliteer door drempels weg te werken die vandaag ontharding vertragen. Stimuleer door het aanbieden van subsidies en bijkomende middelen – al dan niet via een recurrent inkomstensysteem als lastensysteem binnen een stedenbouwkundige verordening. Monitor en meet het resultaat van pilootprojecten, dat is minstens zo belangrijk.
  5. Vergroot het maatschappelijke draagvlak en vraagvlak voor ontharden. Alleen als het maatschappelijk vraagvlak voor ontharden voldoende groot is, zal ontharding hoger op de beleidsagenda’s komen, sterker doorwegen in de beleidskeuze en zal een strengere regelgeving op verharden mogelijk zijn.

De urgentie wordt duidelijk aangevoeld, ook door het beleid. Alleen door maximaal op de verschillende strategieën in te zetten en daarbij te ontharden vanuit een onthardingsvisie (gebiedsgerichte planning en actief grondbeleid), vanuit randvoorwaarden (vergunnen en handhaven) als vanuit ondersteuning en samenwerking (stimuleren, faciliteren en sensibiliseren), kunnen we een structureel onthardingsbeleid uitzetten. Maatschappelijk draagvlak komt dan ook niet vanzelf, en een aangehouden en langdurige inspanning op alle beleidsniveaus is dan ook cruciaal om tijdig de tanker te keren.

Meer informatie

Overzicht en evaluatie van de inzet van bestaand instrumentarium inzake ontharding (Antea Group, Vito Nexus en GSJ Advocaten i.o.v. Departement Omgeving – 2023):

https://archief.algemeen.omgeving.vlaanderen.be

Of een rechtstreekse link naar de studie:

Overzicht en evaluatie van de inzet van bestaand instrumentarium inzake ontharding (vlaanderen.be)